Egenberger and Bauer: The EU Charter as a source of rights and obligations for individuals

EU flagIndividual-i.svg

Sim Haket

The Egenberger and Bauer judgments concern what has been described as probably the most important development in EU fundamental rights law in a long time (Sarmiento): establishing the horizontal direct effect of some of the provisions of the EU Charter of Fundamental Rights (Charter). The Bauer judgment also established the duty of consistent interpretation in relation to the Charter. Despite the clear terms of the judgments, the role played by individuals as either beneficiaries or addressees of the Charter is worthy of further reflection; is the Charter a direct source of rights and obligations in disputes between individuals? I first discuss in a more general way the remedies of direct effect and consistent interpretation in EU law before I turn to the Egenberger and Bauer judgments and their meaning for consistent interpretation and in particular the direct effect of the Charter in disputes between individuals. Lees verder

De buitengerechtelijke afdoening in strafzaken: het OM verzaakt zijn rol als poortwachter van de rechter

blog joep

Joep Lindeman

‘OM straft burgers ten onrechte’, kopte NRC Handelsblad begin december 2018. Het geschetste beeld was niet fraai: duizenden mensen ten onrechte bestraft, met een strafblad als gevolg. Rechtsstaatcolumnist Folkert Jensma bepleitte dat we maar weer terug moeten naar het aloude instrument van de transactie, omdat je daarmee tenminste geen strafblad zou krijgen. Was het nieuws? In 2014 was al door de procureur-generaal bij de Hoge Raad geconstateerd dat het niet lekker liep bij het OM met de strafbeschikkingen. In 2016 stelde hij weliswaar vast dat er verbetering zichtbaar was, maar dat er nog veel werk aan de winkel was. WODC-onderzoek wees in 2018 uit dat de strafbeschikking niet meer is weg te denken maar dat er veel vaker dan verwacht verzet wordt ingesteld. NRC Handelsblad had nu de hand weten te leggen op intern onderzoek. Dat wierp geen wezenlijk nieuw licht op deze bevindingen, hoewel het wel liet zien dat het proces van verbeteringen nog niet is afgerond: de beschrijving van het optreden van de strafrechtelijke autoriteiten in deze zaken stemt somber. Jammer genoeg lijkt NRC Handelsblad het probleem vooral bij het instrument van de strafbeschikking te leggen, en leunt de krant daarbij vrij zwaar op het onjuiste argument dat een andere vorm van buitengerechtelijke afdoening (de transactie) niet tot een strafblad leidt, waar een strafbeschikking dat wel doet. Door vooral de legitimiteit van de strafbeschikking in twijfel te trekken wijst de krant de verkeerde boosdoener aan. Het OM gebruikt de buitengerechtelijke afdoening, ongeacht de vorm, op de verkeerde manier. En dat is zorgwekkend. Lees verder

Laat de bestuursrechter regelgeving indringender toetsen aan algemene rechtsbeginselen

blog MelanieMelanie van Zanten

 Voor de oplettende jurist was er vorige maand geen ontkomen aan: de Algemene wet bestuursrecht bestaat 25 jaar. Dat moest gevierd met 75 bijdragen aan de jubileumbundel 25 jaar Awb. Zelfs de minister voor Rechtsbescherming sprak een aardig woordje voor de jarige. Terugblikken betekent echter ook vooruit kijken. In enkele bijdragen wordt bijvoorbeeld benadrukt dat nog veel winst valt te behalen op het punt van rechtsbescherming van de burger tegen algemene regels. Daartegen staat nog steeds geen beroep open bij de bestuursrechter. De bestuursrechter kan wel algemene regels toetsen tijdens de beoordeling van een besluit waartegen beroep openstaat. Dit wordt exceptieve toetsing genoemd. In dit jubeljaar ga ik graag nader in op deze exceptieve toetsing aan algemene rechtsbeginselen. Specifieker bespreek ik in dit blog waarom het de bestuursrechters goed past om hun terughoudendheid bij de toetsing van algemene regels (niet afkomstig van de formele wetgever) aan algemene rechtsbeginselen enigszins te laten varen. Lees verder

Protecting the rule of law by European Courts – which way to go?

blog Janneke ECHRBlog Janneke CJEUJanneke Gerards

The rule of law is under pressure in many States. In recent times, for example, Hungary and Poland have been severely criticised for changes they have made to their systems that undermine judicial impartiality and independence. Moreover, in several States, the pluriformity of the media is under pressure, the role of civil society is threatened, and the fundamental rights of minorities and asylum seekers are breached. These are all worrisome signs of the erosion of democracy and the rule of law in Europe. An important question is what can be done to stop this process of erosion and protect the values underlying the rule of law? Of course, political mechanisms can be used, but people and institutions also increasingly turn to supranational courts such as the European Court of Human Rights (ECtHR) and the Court of Justice of the EU (ECJ). For example, in Hungary, the number of applications lodged at the ECtHR concerning rule of law issues has surged, and in Poland, both the Supreme Court and other Polish courts have brought rule of law issues to the ECJ’s attention. From a strategic perspective, the question can be asked whether it makes a difference for those who want to be involved in this type of litigation to address either the ECtHR or the ECJ with rule of law concerns?This post argues that it does, because of the differences in procedure and approach taken by the two European Courts. Lees verder

Conflicten tussen burgers en de overheid: procederen tot je erbij neervalt?

BLog Martje

Martje Boekema

Procederen tegen de overheid is een goed recht van burgers maar ook een uitdaging, die voor hen zelden succesvol uitpakt. “De rechtspraak is een glibberig pad” en “Van de overheid kun je niet winnen”, zo typeren burgers hun ervaringen met de bestuursrechtspraak. Desondanks wordt er in bestuursrechtelijke procedures toch veel geprocedeerd en vooral doorgeprocedeerd: tegen rechtbankuitspraken van bestuursrechters wordt massaal hoger beroep ingesteld door burgers. Is dat een probleem? Ik denk het wel. In dit blog laat ik zien waarom dit problematisch is en stel ik twee oplossingen voor. Lees verder

Het nieuwe artikel 37a Sr: oplossing of symboolwetgeving?

Blog Jasmijn

Jasmijn de Bree

Dit blog is geschreven door een tweedejaars student van de Legal Research Master en is gebaseerd op een artikel van haar hand dat vorige maand in Delikt en Delinkwent verscheen (DD 2018/68).

 

De weigerende verdachte is een bekend en inmiddels veelbesproken fenomeen: de verdachte die weigert mee te werken aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek, in de hoop zo te ontkomen aan een eventuele tbs-oplegging. Berichten over de daling van het aantal tbs-opleggingen als gevolg van het toenemende aantal weigeraars zorgen niet alleen voor ophef in de maatschappij, maar maken ook dat de politiek zich genoodzaakt ziet de weigeraarsproblematiek het hoofd te bieden. Op 24 januari 2018 is daarom met de nodige commotie de Wet Forensische Zorg (WFZ) door de Eerste Kamer aangenomen: een wet die door onder andere een wijziging van artikel 37a Sr ervoor zorgt dat de rechter inzage krijgt in door andere behandelaren over de verdachte opgemaakte medische rapporten. Met deze informatie zou de rechter een beter beeld van de geestestoestand van de verdachte krijgen en zo beter een stoornis kunnen vaststellen, zo stelt de wetgever. De invoering van deze zware weigeraarsmaatregel, die een doorbreking  van het medisch beroepsgeheim inhoudt, kon op veel kritiek rekenen. Deze werd afgedaan met het argument dat het een inderdaad paardenmiddel is, maar dat dit nodig is om de maatschappij te beschermen. Maar is dit wel het geval? Is dit niet een klassiek voorbeeld van symboolwetgeving, het gebruiken van wetgeving om een positief signaal af te geven, terwijl het eigenlijke probleem niet wordt opgelost? Lees verder

De rechter en de mediator. Vriendjes worden?

blog marcMarc Simon Thomas 

Niet zo lang geleden mocht ik aanschuiven bij een inspiratiebijeenkomst van de Expertgroep Maatwerk en Mediation (hierna: EMM) van de Rechtspraak. Er waren enkele rechters, mediation-functionarissen, stafmedewerkers van verschillende rechtbanken en andere bij rechtspraak betrokken professionals aanwezig. Allemaal mensen met gedegen kennis van en een grote interesse in mediation. Het doel van de bijeenkomst was om van gedachten te wisselen over effectieve vormen van geschiloplossing binnen de rechtspraak. De rol van mediation stond daarbij centraal. Ik kon bij die bijeenkomst een tipje van de sluier oplichten van de voorlopige resultaten van een toen nog lopend onderzoek naar zakelijke mediation in Nederland. Een onderzoek dat inmiddels is afgerond en openbaar is gemaakt. Uit dat onderzoek kwam een verrassende uitkomst naar boven. Zo bleken respondenten een voorkeur te hebben voor mediation boven rechtspraak of een combinatie van mediation en rechtspraak te prefereren. Dit pleit nog maar weer eens voor extra aandacht voor mediation naast rechtspraak of voor een mengvorm van beide. Ik onderschrijf het enthousiasme voor de kansen voor een combinatie van rechtspraak en mediation. Maar enige waakzaamheid is daarbij wel op zijn plaats. Lees verder

Independence and autonomy: the parallel worlds of courts and public agencies

scale blog fransFrans van Dijk

Courts and public agencies are developing in their own way under different pressures, but their paths seem to converge. For the judiciary the key issue is independence; in public agencies it is all about autonomy. These two concepts derive from different perspectives, but are very similar in their consequences for governance. This was one of the conclusions of the workshop on independence in the public sector, which was hosted by the Montaigne Centre and RENFORCE and jointly organised with ACTORE, the Jean Monnet Centre of Excellence of the University of Antwerp on Friday 16 November 2018. Comparing judicial systems with modern agencies, my conclusion is that many judiciaries are governance wise in suspended animation: judicial organisations are generally out-dated, but cannot be changed because of the fear of the other state powers of losing control over the judiciary. Lees verder

Onafhankelijke rechtspraak bekostigen

Philip Langbroek

Nederland heeft in Blog Philiptermen van wettelijke regels een uitgebalanceerd systeem van financiering van de rechterlijke organisatie. Het is ingewikkeld. De begroting van de rechterlijke organisatie wordt bepaald door de productie van de rechtbanken, gerechtshoven, Centrale Raad van Beroep en College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Per rechtsgebied worden verschillende tarieven gehanteerd. Meervoudige kamerzaken leveren veel meer op dan zaken die door een enkelvoudige kamer worden afgedaan. In dit blog betoog ik waarom het financieringssysteem van de rechterlijke organisatie gevolgen heeft voor het functioneren van rechters en gerechten, die uit constitutioneel oogpunt onwenselijk zijn. Dat zit hem in de wijze waarop het systeem van bekostiging is uitgewerkt en toegepast in de praktijk, zowel door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Raad voor de Rechtspraak, de gerechtsbesturen en de rechters zelf. Het financieringssysteem is opgevat als een businessmodel, in plaats van als een transparant stelsel van verdeling van het budget voor de rechterlijke organisatie tussen de gerechten. Het valt daarbij op dat de rechterlijke organisatie door de regering en het parlement wordt behandeld als elke willekeurige andere overheidsdienst. Het advies van  staatsraad P.J.C.M. van den Berg over andere bekostigingsafspraken voor de rechterlijke organisatie brengt in deze situatie geen verandering en zal de grip van het Ministerie van Justitie en Veiligheid op de rechterlijke organisatie alleen maar versterken, als het wordt opgevolgd. Lees verder

Van pulp komt fictie: een aanwijzing bij het opstellen van wetgeving

Jacobien van Dorp & Jeroen Kiewiet

Blog Jeroen Jacobien Pulp Fiction

Waar de wetgever de taak heeft, in beginsel, algemene en abstracte regels in wetgeving op te stellen, is het de taak van de rechter deze toe te passen in concrete gevallen. Natuurlijk zijn de taken van de wetgever en de rechter daarmee te eenvoudig onderscheiden. Zo kan de rechter niet altijd zomaar de rechtsregels toepassen, maar moet hij deze eerst interpreteren. Dit leidt dan tot de vraag of de rechter louter regels toepast, of eerder aan rechtsvorming of rechtsvinding doet. Deze rechtsfilosofische discussie is gevoerd door onder anderen H.L.A. Hart, Ronald Dworkin en Paul Scholten. Zij stelden en beantwoordden de vraag naar de mate waarin de uitkomst in een concreet geval door rechtsregels bepaald wordt. En zij lieten zich uit over wat er voor de rechter bij komt kijken om in een concreet geval tot een uitkomst te komen. In deze blog verleggen we het perspectief. In plaats van het perspectief op de rechter en de vraag wat hij nodig heeft om tot een uitkomst te komen, richten wij ons op de problemen die samenhangen met het opstellen van heldere rechtsregels. Uiteraard is in de rechtswetenschappelijke literatuur de nodige aandacht aan dit probleem besteed, maar één punt verdient beslist meer aandacht. Het is zo dat de rechter soms gedwongen wordt tot het creëren van ficties in zijn uitspraak als gevolg van het woordgebruik door de wetgever in de wet. Over dit probleem buigen wij ons in deze blog. Lees verder