Conflicten tussen burgers en de overheid: procederen tot je erbij neervalt?

BLog Martje

Martje Boekema

Procederen tegen de overheid is een goed recht van burgers maar ook een uitdaging, die voor hen zelden succesvol uitpakt. “De rechtspraak is een glibberig pad” en “Van de overheid kun je niet winnen”, zo typeren burgers hun ervaringen met de bestuursrechtspraak. Desondanks wordt er in bestuursrechtelijke procedures toch veel geprocedeerd en vooral doorgeprocedeerd: tegen rechtbankuitspraken van bestuursrechters wordt massaal hoger beroep ingesteld door burgers. Is dat een probleem? Ik denk het wel. In dit blog laat ik zien waarom dit problematisch is en stel ik twee oplossingen voor. Lees verder

Het nieuwe artikel 37a Sr: oplossing of symboolwetgeving?

Blog Jasmijn

Jasmijn de Bree

Dit blog is geschreven door een tweedejaars student van de Legal Research Master en is gebaseerd op een artikel van haar hand dat vorige maand in Delikt en Delinkwent verscheen (DD 2018/68).

 

De weigerende verdachte is een bekend en inmiddels veelbesproken fenomeen: de verdachte die weigert mee te werken aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek, in de hoop zo te ontkomen aan een eventuele tbs-oplegging. Berichten over de daling van het aantal tbs-opleggingen als gevolg van het toenemende aantal weigeraars zorgen niet alleen voor ophef in de maatschappij, maar maken ook dat de politiek zich genoodzaakt ziet de weigeraarsproblematiek het hoofd te bieden. Op 24 januari 2018 is daarom met de nodige commotie de Wet Forensische Zorg (WFZ) door de Eerste Kamer aangenomen: een wet die door onder andere een wijziging van artikel 37a Sr ervoor zorgt dat de rechter inzage krijgt in door andere behandelaren over de verdachte opgemaakte medische rapporten. Met deze informatie zou de rechter een beter beeld van de geestestoestand van de verdachte krijgen en zo beter een stoornis kunnen vaststellen, zo stelt de wetgever. De invoering van deze zware weigeraarsmaatregel, die een doorbreking  van het medisch beroepsgeheim inhoudt, kon op veel kritiek rekenen. Deze werd afgedaan met het argument dat het een inderdaad paardenmiddel is, maar dat dit nodig is om de maatschappij te beschermen. Maar is dit wel het geval? Is dit niet een klassiek voorbeeld van symboolwetgeving, het gebruiken van wetgeving om een positief signaal af te geven, terwijl het eigenlijke probleem niet wordt opgelost? Lees verder

De rechter en de mediator. Vriendjes worden?

blog marcMarc Simon Thomas 

Niet zo lang geleden mocht ik aanschuiven bij een inspiratiebijeenkomst van de Expertgroep Maatwerk en Mediation (hierna: EMM) van de Rechtspraak. Er waren enkele rechters, mediation-functionarissen, stafmedewerkers van verschillende rechtbanken en andere bij rechtspraak betrokken professionals aanwezig. Allemaal mensen met gedegen kennis van en een grote interesse in mediation. Het doel van de bijeenkomst was om van gedachten te wisselen over effectieve vormen van geschiloplossing binnen de rechtspraak. De rol van mediation stond daarbij centraal. Ik kon bij die bijeenkomst een tipje van de sluier oplichten van de voorlopige resultaten van een toen nog lopend onderzoek naar zakelijke mediation in Nederland. Een onderzoek dat inmiddels is afgerond en openbaar is gemaakt. Uit dat onderzoek kwam een verrassende uitkomst naar boven. Zo bleken respondenten een voorkeur te hebben voor mediation boven rechtspraak of een combinatie van mediation en rechtspraak te prefereren. Dit pleit nog maar weer eens voor extra aandacht voor mediation naast rechtspraak of voor een mengvorm van beide. Ik onderschrijf het enthousiasme voor de kansen voor een combinatie van rechtspraak en mediation. Maar enige waakzaamheid is daarbij wel op zijn plaats. Lees verder

Independence and autonomy: the parallel worlds of courts and public agencies

scale blog fransFrans van Dijk

Courts and public agencies are developing in their own way under different pressures, but their paths seem to converge. For the judiciary the key issue is independence; in public agencies it is all about autonomy. These two concepts derive from different perspectives, but are very similar in their consequences for governance. This was one of the conclusions of the workshop on independence in the public sector, which was hosted by the Montaigne Centre and RENFORCE and jointly organised with ACTORE, the Jean Monnet Centre of Excellence of the University of Antwerp on Friday 16 November 2018. Comparing judicial systems with modern agencies, my conclusion is that many judiciaries are governance wise in suspended animation: judicial organisations are generally out-dated, but cannot be changed because of the fear of the other state powers of losing control over the judiciary. Lees verder

Onafhankelijke rechtspraak bekostigen

Philip Langbroek

Nederland heeft in Blog Philiptermen van wettelijke regels een uitgebalanceerd systeem van financiering van de rechterlijke organisatie. Het is ingewikkeld. De begroting van de rechterlijke organisatie wordt bepaald door de productie van de rechtbanken, gerechtshoven, Centrale Raad van Beroep en College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Per rechtsgebied worden verschillende tarieven gehanteerd. Meervoudige kamerzaken leveren veel meer op dan zaken die door een enkelvoudige kamer worden afgedaan. In dit blog betoog ik waarom het financieringssysteem van de rechterlijke organisatie gevolgen heeft voor het functioneren van rechters en gerechten, die uit constitutioneel oogpunt onwenselijk zijn. Dat zit hem in de wijze waarop het systeem van bekostiging is uitgewerkt en toegepast in de praktijk, zowel door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Raad voor de Rechtspraak, de gerechtsbesturen en de rechters zelf. Het financieringssysteem is opgevat als een businessmodel, in plaats van als een transparant stelsel van verdeling van het budget voor de rechterlijke organisatie tussen de gerechten. Het valt daarbij op dat de rechterlijke organisatie door de regering en het parlement wordt behandeld als elke willekeurige andere overheidsdienst. Het advies van  staatsraad P.J.C.M. van den Berg over andere bekostigingsafspraken voor de rechterlijke organisatie brengt in deze situatie geen verandering en zal de grip van het Ministerie van Justitie en Veiligheid op de rechterlijke organisatie alleen maar versterken, als het wordt opgevolgd. Lees verder

Van pulp komt fictie: een aanwijzing bij het opstellen van wetgeving

Jacobien van Dorp & Jeroen Kiewiet

Blog Jeroen Jacobien Pulp Fiction

Waar de wetgever de taak heeft, in beginsel, algemene en abstracte regels in wetgeving op te stellen, is het de taak van de rechter deze toe te passen in concrete gevallen. Natuurlijk zijn de taken van de wetgever en de rechter daarmee te eenvoudig onderscheiden. Zo kan de rechter niet altijd zomaar de rechtsregels toepassen, maar moet hij deze eerst interpreteren. Dit leidt dan tot de vraag of de rechter louter regels toepast, of eerder aan rechtsvorming of rechtsvinding doet. Deze rechtsfilosofische discussie is gevoerd door onder anderen H.L.A. Hart, Ronald Dworkin en Paul Scholten. Zij stelden en beantwoordden de vraag naar de mate waarin de uitkomst in een concreet geval door rechtsregels bepaald wordt. En zij lieten zich uit over wat er voor de rechter bij komt kijken om in een concreet geval tot een uitkomst te komen. In deze blog verleggen we het perspectief. In plaats van het perspectief op de rechter en de vraag wat hij nodig heeft om tot een uitkomst te komen, richten wij ons op de problemen die samenhangen met het opstellen van heldere rechtsregels. Uiteraard is in de rechtswetenschappelijke literatuur de nodige aandacht aan dit probleem besteed, maar één punt verdient beslist meer aandacht. Het is zo dat de rechter soms gedwongen wordt tot het creëren van ficties in zijn uitspraak als gevolg van het woordgebruik door de wetgever in de wet. Over dit probleem buigen wij ons in deze blog. Lees verder

Using Guarantees of Non-Repetition to (Re)Frame Police Reforms

blog brianne

Brianne McGonigle Leyh

(The below blog is based on a draft article presented at the conference ‘Guarantees of Non-Recurrence: Transformative Police Reform’ on 5 November 2018 in Utrecht, the Netherlands)

Countries around the world grapple with how to address excessive police violence that violates human rights. For decades, scholars and practitioners have stressed the importance of establishing better relationships between police and the communities they serve and have adopted various ways to bring about real police reform that fosters relationships of trust. Community policingdemocratic policing, and problem-oriented policing are some of the ways in which police have sought to make this change. At the international level, Security Sector Reform (SSR) is the umbrella term used to describe reform programmes adopted in States where the security sector (namely the military, police, gendarmes, and militias) has become a source of insecurity. The current view of SSR is that it must be a transformative process built upon human security and democratic governance. Human security demands that the interests of the individual, rather than the State, should dictate security policy (Ball 2010). Democratic governance requires respect for human rights, rule of law and adherence to principles such as inclusiveness, transparency and accountability (OECD DAC 2005). The transformation of the security system requires all of relevant actors (police, politicians and civil society) to work together. Yet, whether in Ferguson, USA, Paris, France or Nairobi, Kenya, the gaps between the idealistic rhetoric and harsh realities of police/security practice are significant. As noted by Ball and Hendrickson, much of the work concerning police reform is ‘misleadingly optimistic about the prospects for change’ (p. 104). The consensus among scholars and practitioners is that SSR, and police reform in particular, has been extremely difficult to implement in large part because of mistrust, lack of accountability, and susceptibility to corruption. Given the slow progress on police reform initiatives, it may be useful to look to distinct but relevant fields to (re)frame police reforms. Guarantees of non-repetition (or non-recurrence as it is also referred to) from the post-conflict peacebuilding field offer a normative institutional policy framework built around human rights standards and State responsibility that could potentially shift the rhetoric to focus on State obligations that are context-driven. The language of and programming falling under guarantees of non-repetition could prove useful when addressing police reform; noting, however, that the success of any reform policy is ‘directly proportional’ to the State and communities’ enthusiasm for it (p. 35). Lees verder

De wettelijke regulering van nepnieuws: stap in de goede richting of stap te ver?

Karlijn Landman

Fake news

In 1835 verscheen er in de New York Sun een zestal artikelen over de ontdekking van buitenaards leven op de maan. Astronoom John Herschel zou dit buitenaards leven met een nieuwe krachtige telescoop hebben gesignaleerd. In de artikelen werden tot in de details de verschillende op de maan levende diersoorten (zoals tweevoetige bevers en blauwe geiten) en het bestaan van een mensachtig schepsel met vleermuisachtige vleugels (de Vespertilio-homo) beschreven. Dit nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door Europa en Amerika en werd door verschillende kranten overgenomen. Achteraf bleek dat de berichten bedoeld waren als satire, maar onbedoeld serieus werden genomen. Het bovenstaande toont maar aan dat de verspreiding van nepnieuws – ook wel ‘desinformatie’ genoemd – van alle tijden is. De digitalisering heeft de verspreiding van nepnieuws echter gemakkelijker dan ooit gemaakt. Eenieder kan berichten met één druk op de knop verspreiden onder een wereldwijd publiek. Dergelijk ‘nepnieuws’ kan de publieke opinie en het in verlengde daarvan electorale beslissingen van het volk, bijvoorbeeld ten aanzien van referenda en verkiezingen, (ongemerkt) beïnvloeden. Er zijn daarom steeds meer landen die wetgeving tot stand brengen om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan. In deze blog betoog ik dat het door middel van wetgeving tegengaan van nepnieuws een even groot (zo niet groter) gevaar voor de democratische rechtsstaat vormt dan de verspreiding van nepnieuws zelf.

Lees verder

The mysterious appeal of the Universal Declaration of Human Rights

Barbara Oomen

Afb blog Barbara

If there is one issue that, as a human rights scholar, has puzzled me for years it is the continued popularity of the UN 1948 Universal Declaration of Human Rights (UDHR). Permanently referring back to the UDHR, it seems to me, is like continuing to use an old Nokia when the Iphone X has just come out. Legally, we have come so far since that first non-binding Declaration stating 30 rights and the underlying principles. A Declaration, not a Treaty. An act of engagement, but not the actual marriage contract – as our colleague Fried van Hoof liked to put it. Ever since 1948, we’ve carefully and painstakingly constructed a whole architecture of binding treaties, monitoring bodies, special rapporteurs, and regional courts. Why do we continue to dig beneath all of that to draw attention to the foundation of human rights instead of simply focusing on the whole shiny construction? Lees verder

Beter niets dan iets: het spreekrecht voor slachtoffers bij de verlenging van de tbs-maatregel

Rozemarijn van Spaendonck

Afb blog Rozemarijn

De slachtoffers van strafbare feiten hebben nog nooit zoveel mogelijkheden gehad om hun stem te laten horen bij het bestraffen van de daders als vandaag de dag. De minister van Justitie en Veiligheid gaat nu een stap verder met het voorstel slachtoffers eveneens spreekrecht te geven in de procedure over de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel. In deze procedure beoordeelt de rechtbank periodiek of het risico dat een tbs’er weer de fout ingaat zodanig is dat iemand onder de hoede van een tbs-kliniek moet blijven. Wanneer dit risico voldoende is teruggebracht, kan de rechtbank besluiten om de verpleging onder voorwaarden te beëindigen. Over deze voorwaarden zouden slachtoffers volgens de minister in de rechtbank hun mening moeten kunnen geven. Het kan natuurlijk voor slachtoffers van belang zijn dat zij de mogelijkheid hebben om hun zorgen over de terugkeer van de tbs’er in de samenleving kenbaar te maken. Alleen, zo betoog ik in dit blog, de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging is daarvoor niet het goede moment. Lees verder