Strijd tussen rechtspraak en mediation?

Dit is een blog in de studentenserie. Het blog is geschreven door een vierdejaars bachelorstudent

mediationDe rechtspraak met haar vele rechtsstatelijke waarborgen versus mediation: twee uitersten of liggen ze dichter bij elkaar dan men wellicht denkt? 

Binnen ons rechtssysteem is tegenwoordig sprake van twee waardestelsels. Enerzijds is er het stelsel van klassiek-rechtsstatelijke waarden, waarin de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters centraal staat; anderzijds is er het ‘new public management’-stelsel, waarin het draait om de vormgeving van de organisatie van de rechtspraak. Effectiviteit, efficiëntie en klantgerichtheid zijn hierbij de belangrijkste waarden. De van oudsher op de rechtsstatelijke kernwaarden gestoelde rechtspraak probeert men door herdefiniëring in overeenstemming te brengen met de ‘new public management’-waarden. Ook nu nog staat binnen het proces van de rechtspraak de geschilbeslechting door de rechter voorop. Dit wordt echter gecombineerd met de eisen van efficiëntie, effectiviteit en klantgerichtheid. Zo dienen zaken binnen een bepaalde tijd te worden afgedaan, moet de beslissing begrijpelijk zijn en moeten partijen respectvol worden behandeld. Voornamelijk het tijdselement veroorzaakt frictie tussen de ‘new public management’-waarden en de klassieke waarden van de onafhankelijke en onpartijdige rechter. Wanneer de rechter een zaak binnen een bepaalde tijd of binnen een bepaald budget moet afdoen, kan dit een ongunstige uitkomst voor een bepaalde partij inhouden, doordat bijvoorbeeld onvoldoende ruimte over blijft voor het horen van getuigen.

Zeker gezien de toegenomen druk op rechters om een zaak binnen een bepaalde tijd of met beperkte financiële middelen af te doen, kan mediation uitkomst bieden. Lees verder

De politiek, een slechte verliezer?

Leonie BlogDe machtsverdeling tussen de wetgever – vertegenwoordigd door ‘de politiek’ – en de rechter – vertegenwoordigd door ‘de jurist’ – is een eeuwenoud dilemma. De vraag welke positie beide machten in het staatsrechtelijk geheel innemen is vaste kost voor de (staatsrecht)jurist. De balans tussen deze machten verandert regelmatig in een spanning – een spanning die vooral tastbaar wordt na belangwekkende uitspraken van de rechter, zoals de Urgenda-zaak. Steeds vaker lijken zaken bij de rechter te belanden omdat de politiek geen antwoord heeft op de voorliggende problemen. Als de rechter in een uitspraak dan een knoop doorhakt, zijn de politici er als de kippen bij om te benadrukken dat de rechter op de stoel van de wetgever is gaan zitten en dat het aan het volk is om een beslissing te nemen, niet aan de rechter. De vraag is echter of deze kritiek altijd terecht is. Probeert de politiek inderdaad de staatsrechtelijke institutionele balans te beschermen? Of is deze veeleer een slechte verliezer die een zondebok zoekt voor zijn eigen falen? Lees verder

#wathelptonsdeonschuldpresumptie?

metoo-2859980_960_720De #metoo heeft weer eens laten zien waar sociale media toe in staat zijn: het wereldwijd aanjagen van een debat over belangrijke onderwerpen voor mens en maatschappij en het ter discussie stellen van machtsstructuren die binnen traditionele gremia van media, politiek en rechtspleging niet of niet met dezelfde kracht naar voren (kunnen) worden gebracht. Maar ook: vernietigen van reputaties, carrières en relaties, ontstaan van grootschalige roddels en speculaties en het op de knieën dwingen van mensen die weten dat het kansloos is zich te verweren tegenover de storm ontketend door een nietige, maar onaantastbare tekentje.

Ondertussen verklaren mensenrechtenverdragen niet alleen dat het menselijk lichaam onaantastbaar is, maar ook dat iedereen onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Wat hebben we eraan?  Mensen worden massaal ongewild betast en mensen worden zonder proces aan de schandpaal genageld. In deze blog betoog ik dat de onschuldpresumptie ten onrechte door juristen is verwaarloosd; nu is de tijd om haar de functie te geven die haar toekomt, ook ten aanzien van de media.  Lees verder

The Proof is in the Pudding: de waarde van traditionele justitiële mechanisms voor postconflict Afrika

justice-300x203De dynamiek van hedendaagse conflicten onthullen de problemen die inherent zijn aan landen die de overgang maken van conflict naar vrede. Dit is de dynamiek waaruit transitional justice is ontstaan. Transitional justice is een onderzoeksgebied waar rechtvaardigheid niet alleen wordt beperkt tot strafrecht of vergelding, maar ook verwijst naar een holistisch scala van processen, die verantwoording, het achterhalen van de waarheid en verzoening omvatten. Kofi Anan, voormalig Secretaris-Generaal van de VN definieert transitional justice als een “volledige set van processen en mechanismen geassocieerd met de pogingen van de samenleving om in het reine te komen met een nalatenschap van misbruik op grote schaal, om zo verantwoording te verzekeren, om gerechtigheid te dienen en verzoening te realiseren.” Binnen de processen in dit kader, met name in relatie tot Afrika, is er een opleving van het traditionele gebruik van lokale rechtsmechanismen zichtbaar.

In deze blog zal ik een poging doen om kort de politieke omstandigheden weer te geven waarmee sommige staten geconfronteerd worden en die het gebruik van traditionale rechstmechanismen katalyseren en deze zo populair maken binnen het Afrikaanse transitional justice landschap. Ik zal betogen dat in sommige gevallen traditionele mechanismen grootschalige mensenrechtenschendingen adequaat kunnen aanpakken en vrede en verzoening tot stand kunnen brengen in postconflictsituaties. Ik suggereer daarbij dat de waarde van traditionele rechtvaardigheid binnen politiek geladen contexten kan dienen als een katalysator voor het bevorderen van eenheid. Zij maken gebruik van culturele en religieuze links van onderlinge verbondenheid die van waarde zijn in Afrikaanse samenlevingen, zoals de ubuntu was ingebed in het TRC proces en zoals de traditionele aftakkingen van Gacaca zich voegden naar een modern versie van Gacaca. Dit creëert dan mogelijkerwijs een meer ‘cultureel herkenbaar en sociaal zekere’ ruimte voor mensen om in te participeren. Lees verder

De bedreiging van maatschappelijke organisaties als mensenrechtenkwestie

EU_and_PL_flagsPoolse non-gouvernementele organisaties (NGO’s) die zich inzetten voor mensenrechten gaan het moeilijk krijgen, zo berichtten diverse media recent. Het Poolse parlement stemde in september jl. in met een wet die de activiteiten van NGO’s veel strenger gaat reguleren. Daartoe zal, als ook de Poolse Senaat en de President de wet goedkeuren, een toezichthoudend orgaan worden opgezet met de ironische naam Nationaal Instituut voor Vrijheid. Dit nieuwe orgaan, dat direct onder de premier zal vallen, krijgt als taak toe te zien op de verdeling van financiering, waarbij voortaan de bevordering van sociale en christelijke waarden leidend zullen zijn. Het wekt geen verbazing dat de oppositie en andere critici dit zien als de zoveelste stap in een strijd om conservatief-populistische waarden op te leggen. Maar de strijd is niet enkel een politieke. Net als bij de inperking van de rechterlijke macht en de media in Polen in de afgelopen jaren, is ook dit een probleem vanuit mensenrechtelijk perspectief. De Poolse Ombudsman, Adam Bodnar, heeft bijvoorbeeld aangegeven dat de wet faalt in het beschermen van NGO’s tegen politieke druk en ingaat tegen normen van de OVSE en de Raad van Europa. NGOs staan wereldwijd onder druk, maar mensenrechten kunnen een handvat bieden om hun positie te waarborgen. Lees verder

Deskundigenserie: Het Korošec-arrest en de civiele procedure over loondoorbetaling bij ziekte en de bestuursrechtelijke arbeidsongeschiktheidsprocedure

expertUit het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 8 oktober 2015 volgt dat de rechter compensatie moet bieden als een partij in een nadeliger positie verkeert ten opzichte van de andere partij. In het arrest zet het Hof uiteen hoe de rechter moet omgaan met zaken waarbij de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige. Het Korošec-arrest is van belang voor de Nederlandse bestuursrechtelijke procedure over een arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat daar gelijkenissen zijn te trekken met de situatie als in het geval van Korošec. De Centrale Raad van Beroep heeft op 30 juni 2017 een principiële uitspraak gedaan hoe de bestuursrechter wat betreft de bewijslevering compensatie kan bieden in het geval een partij een gelijke kans heeft gehad om de bevindingen van het deskundigenrapport te weerspreken. De vraag is in hoeverre deze uitgangspunten ook dienen te gelden voor de civiele procedure over loondoorbetaling bij ziekte waar het door de werknemer ingebracht medisch deskundigenbewijs een beslissend bewijsstuk is in de rechterlijke procedure. Hier wordt betoogd dat in een dergelijke civiele procedure de werkgever een effectieve mogelijkheid heeft om de bevindingen in het door de werknemer ingebrachte deskundigenrapport te betwisten en de rechter geen compenserende maatregelen hoeft te bieden voor bewijslevering door de werkgever.     

Door: Ivo van der Helm en Paulien Willemsen 

Lees verder

Deskundigenserie: Korošec en de deskundige in het burgerlijk (proces)recht

expertHet kwam al diverse malen ter sprake in eerdere blogs: de Korošec-uitspraak heeft de aandacht gevestigd op de positie van de deskundige in het recht. Maar wat betekent Korošec voor het Nederlandse burgerlijk (proces)recht? Moet gezegd worden dat de uitspraak niet zo bijzonder is (pas na een jaar, in de tweede helft van 2016, was er enige aandacht voor de uitspraak in met name het bestuursprocesrecht) en kunnen we aan die uitspraak voorbijgaan? Lees verder

Deskundigenserie: Het gezelschapsspel van het duiden van EHRM-rechtspraak, of het raadsel van Korošec t. Slovenië

expertHet Korošec-arrest heeft in Nederland heel wat teweeggebracht. Allerlei mensen zijn in de pen geklommen om de uitspraak te duiden; dit blog wijdt er zelfs een hele ‘deskundigenserie’ aan. Vanuit EVRM-perspectief is niettemin de vraag of al die aandacht gerechtvaardigd is. Het is immers een unanieme uitspraak, die van het Hof slechts ‘importance level 3’ heeft meegekregen. Doorgaans is dat niet het soort EHRM-uitspraken dat naar de letter gelezen kan worden, of waaruit snel juridische conclusies kunnen worden getrokken. Maar hoe bepaal je dan eigenlijk wat de waarde is van zo’n EHRM-uitspraak? En als je hem niet letterlijk kunt lezen, hoe dan wel? Lees verder

Deskundigenserie: Het arrest Korošec en de metajuridische factoren bij de benoeming van medisch deskundigen

expertIn de literatuur heeft het arrest Korošec veel aandacht gekregen (zie bijvoorbeeld de artikelen van B.J. van Ettekoven en G. De Groot). Hierin staat voornamelijk een juridische benadering centraal van de belangenafweging die de bestuursrechter moet maken met betrekking tot het al dan niet benoemen van een medisch deskundige. Er zijn echter goede argumenten om te stellen dat de bestuursrechter ook metajuridische factoren in die belangenafweging moet betrekken. Hierbij kan gedacht worden aan zijn professionele intuïtie of de uit de psychologie afkomstige vuistregels en de daarmee verbonden denkfouten. Een pragmatische benadering van bestuursrechtspraak geeft steun voor het gebruik van metajuridische factoren. In een dergelijke benadering is er namelijk tevens oog voor de invloed van niet-juridische invloeden op het systeem van het recht, de persoon van de rechter en zijn denkproces. 

Lees verder

Problem-Solving Justice – Bringing Justice close to People: De vrederechter in Nederland

lawyer-151335_960_720Onlangs heeft de Tweede Kamer  het kabinet opgeroepen te onderzoeken of het haalbaar is om de ‘vrederechters’ in te passen in de reguliere rechtspraak. Vrederechters zijn kantonrechters die de wijk ingaan en tegen lage kosten juridische conflicten van de bewoners behandelen. De vrederechter is bedoeld voor eenvoudige zaken op het gebied van civiel-, bestuurs- en strafrecht. Door rechtspraak dichtbij de bevolking te brengen en de griffiekosten laag te houden, wordt toegang tot de rechter voor iedereen gegarandeerd. Laagdrempelige toegang tot de rechter is een belangrijk doel van het vernieuwingsprogramma Maatschappelijke effectieve rechtspraak van de Raad voor de Rechtspraak. Het voorgestelde initiatief van de Tweede Kamer past bij recente experimenten die de rechtspraak al met verschillende vormen van laagdrempelige rechtspraak heeft gedaan, namelijk de Spreekuurrechter (Utrecht) en de Burenrechter (Oost-Brabant). Daarnaast past het ook bij een lange historische traditie van de vrederechter – de vrederechter kent immers een historische voorganger uit de Franse tijd. Deze blog zal ingaan op deze rechtsfiguur uit een ver verleden en op basis daarvan enige aandachtspunten formuleren voor een zinvolle rol en taakomschrijving van een actieve, Nederlandse vrederechter. Lees verder