Problem-Solving Justice – Bringing Justice close to People: De vrederechter in Nederland

lawyer-151335_960_720Onlangs heeft de Tweede Kamer  het kabinet opgeroepen te onderzoeken of het haalbaar is om de ‘vrederechters’ in te passen in de reguliere rechtspraak. Vrederechters zijn kantonrechters die de wijk ingaan en tegen lage kosten juridische conflicten van de bewoners behandelen. De vrederechter is bedoeld voor eenvoudige zaken op het gebied van civiel-, bestuurs- en strafrecht. Door rechtspraak dichtbij de bevolking te brengen en de griffiekosten laag te houden, wordt toegang tot de rechter voor iedereen gegarandeerd. Laagdrempelige toegang tot de rechter is een belangrijk doel van het vernieuwingsprogramma Maatschappelijke effectieve rechtspraak van de Raad voor de Rechtspraak. Het voorgestelde initiatief van de Tweede Kamer past bij recente experimenten die de rechtspraak al met verschillende vormen van laagdrempelige rechtspraak heeft gedaan, namelijk de Spreekuurrechter (Utrecht) en de Burenrechter (Oost-Brabant). Daarnaast past het ook bij een lange historische traditie van de vrederechter – de vrederechter kent immers een historische voorganger uit de Franse tijd. Deze blog zal ingaan op deze rechtsfiguur uit een ver verleden en op basis daarvan enige aandachtspunten formuleren voor een zinvolle rol en taakomschrijving van een actieve, Nederlandse vrederechter. Lees verder

Procedurele toetsing door het EHRM: een hernieuwde balans tussen diversiteit en rechtseenheid?

ECHRHet Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft de complexe taak om mensenrechten te beschermen in een divers Europa. Tijdens de debatten over de toekomst van het EHRM staat deze taak in het bijzonder centraal. In de ogen van sommige staten zou het EHRM te activistisch zijn geworden en zou het te weinig ruimte laten voor verschillen tussen staten. In 2013 hebben deze geluiden geleid tot hervormingen van het EVRM-systeem (middels Protocollen 15 en 16). Deze hervormingen kunnen worden opgevat als een opdracht aan het EHRM om een hernieuwde balans te vinden tussen enerzijds het respecteren van nationale diversiteit en anderzijds het toezichthouden op de naleving van het EVRM – met andere woorden het bewerkstelligen van een zekere rechtseenheid. Het lijkt erop dat het EHRM deze hernieuwde balans probeert te zoeken in het gebruik van procedurele toetsing. In toenemende mate focust het zich op de nationale besluitvormingsprocedures om te bepalen of een EVRM-recht is geschonden. Maar kan procedurele toetsing het EHRM daadwerkelijk helpen bij het vinden van deze hernieuwde balans tussen rechtseenheid en diversiteit?  Lees verder

Deskundigenserie: Korošec-arrest in de bestuursrechtspraak

expertIets zeggen over het Korošec-arrest is niet als uilen naar Athene dragen. Over het belang en uitwerking van dat arrest is namelijk nog veel onduidelijk. Uit de Nederlandse bestuursrechtspraak komt naar voren dat de rechter zich meer bewust is van een eventuele veroordeling wegens schending van het – in artikel 6 EVRM neergelegde – beginsel van gelijkheid der wapenen als hij blind vaart op een door het bestuursorgaan ingeschakelde deskundige. De rechtbank Midden-Nederland heeft in dat kader een vermeldingswaardige uitspraak gedaan waaruit duidelijk wordt welke stappen ondernomen kunnen worden om een dergelijke schending te voorkomen. Lees verder

Licht aan het einde van de tunnel voor de levenslang gestrafte?

Tunnel Light At The End Of The Tunnel Tunnel TubeDe levenslange gevangenisstraf is de zwaarste straf die de Nederlandse rechter kan opleggen. In Nederlands zitten momenteel 33 gedetineerden een levenslange gevangenisstraf uit zoals opgemerkt door het CPT in het rapport naar aanleiding van het bezoek aan Nederland in 2016. De praktijk van de oplegging en de tenuitvoerlegging van levenslange gevangenisstraf in Nederland staat al enige tijd onder druk. Nu de Nederlandse strafrechter huiverig is geworden om levenslange gevangenisstraffen op te leggen wegens strijdigheid ervan met artikel 3 EVRM en de uitspraak in de zaak Murray tegen Nederland, heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zich genoodzaakt gezien de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf aan te passen. Deze wijzigingen maken de Nederlandse levenslange gevangenisstraf echter geenszins “Straatsburg-proof”.   Lees verder

Naar een prejudiciële vraagprocedure in het bestuursrecht?

light-bulb-1002783_1920In het recente verleden heeft de regering zich positief uitgesproken over een (beperkte) invoering van de prejudiciële vraagprocedure in het bestuursrecht, parallel aan de bestaande procedure in het civiele recht (art. 392 e.v. Rv) en het belastingrecht (art. 27ga AWR). De vraag die wij aan de orde stellen is of de prejudiciële vraagprocedure inderdaad een aanwinst voor het bestuursrecht zou zijn. En indien het antwoord op die vraag bevestigend is, waar liggen dan nog aandachtspunten als het gaat om de invoering en toepassing ervan? Voor een beschouwing hierover is tevens aanleiding omdat onlangs de civielrechtelijke Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad is geëvalueerd, en daarin is geconcludeerd dat die wet een onverdeeld succes is geworden. Is dat succes eigen aan het feit dat het gaat om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad als cassatierechter, of gaat dat ook op voor het bestuursrecht, waar het – naast de Hoge Raad in belastingzaken – gaat om drie hoogste feitenrechters?  Lees verder

Een wereld van verschil

bridge-builders_frits_ahlefeldt_cc_by_ndMet moeite rondkomen van een bijstandsuitkering terwijl je drie jonge kinderen grootbrengt. Je sociale huurwoning worden uitgezet omdat je al drie maanden de huur niet meer kunt betalen en de incassokosten van de deurwaarder inmiddels al oplopen tot €2000,00. Bij de rechter smeken om toelating tot de schuldsanering, omdat er dan eindelijk een einde wordt gemaakt aan al die schuldeisers die rammelen aan je deur… Dit zijn stuk voor stuk situaties waarbij ik me helemaal niets kan voorstellen. En toch komen er dagelijks honderden Nederlanders met dit soort problemen bij de rechter. De dagen die ik als beginnend onderzoeker doorbreng in de rechtbank leveren mij niet alleen nieuwe data voor mijn promotieonderzoek, maar vooral inzicht in een andere, onvoorstelbare wereld op. Ze halen mij uit mijn comfortabele bubbel. Lees verder

Class action Dutch style. Het kind en het badwater

Class actionIn een Ucall blog van september vorig jaar is melding gemaakt van het wetsvoorstel tot invoering van een collectieve schadevergoedingsactie dat toen nog voor advies bij de Raad van State lag. Inmiddels is dit wetsvoorstel op 16 november 2016 aan de Tweede Kamer gezonden. In deze blog wordt ingegaan op de voorwaarden die in het wetsvoorstel aan het gebruik van zowel de (nieuwe) collectieve schadevergoedingsactie als de (oude) collectieve actie in ruime zin worden gesteld. De vraag moet worden gesteld of die voorwaarden niet onnodig ten koste gaan van de handhaving van consumentenrechten en de effectiviteit van de civiele collectieve actie zoals die al jaren met veel succes in praktijk wordt gebracht. Dreigt het kind met het badwater te worden weggegooid? Lees verder

Responsieve opstelling binnen de Trias

ortlepeenheidRelatief recent verscheen een redactioneel van de heer Scheltema, regeringscommissaris voor de algemene regels van het bestuursrecht, met als titel: ‘Bureaucratische rechtsstaat of responsieve rechtsstaat? (NTB 2015/37 en zie daarna zijn ‘Uitbesteding van overheidstaken: wegbestemming van rechtsbescherming? (NTB 2016/49)). Niet alleen in dat redactioneel maar ook in andere bronnen herken ik steeds vaker ‘responsieve opstelling’ als de nieuwe buzz-woorden, in de zin van een open dialoog tussen overheid en burger waarin verwachtingen en vraag en antwoord zich aan elkaar aanpassen. Er is veel aandacht voor een responsieve opstelling van een afzonderlijke staatsmacht maar relatief weinig aandacht voor de gevolgen die een dergelijke opstelling voor het evenwicht binnen de Trias heeft. Ook al wordt het afwijkend gepresenteerd, het vraagstuk van een responsieve opstelling is in de kern niet wezenlijk anders dan het oude leerstuk van de verhouding tussen de verschillende staatsmachten. Lees verder

De Urgenda-uitspraak: wetgever en regering onder verscherpt rechterlijk toezicht

Het is bijna als uilen naar Athene dragen om iets te zeggen over de Urgenda-uitspraak (Rechtbank Den Haag 24 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:7145). In de literatuur zijn immers over die uitspraak al vele pennenvruchten verschenen. Is er dan zo veel bijzonders aan de hand? Dat kan niet met recht worden ontkend.

De Stichting Urgenda is de organisatie voor duurzaamheid en innovatie die Nederland, samen met bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en particulieren, sneller duurzaam wil maken. Deze stichting heeft een civielrechtelijke zaak tegen de Staat aangespannen, omdat de overheid volgens haar de urgentie van het klimaatprobleem weliswaar erkent, maar te weinig maatregelen neemt om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. In de Urgenda-uitspraak wordt de Staat, op basis van de in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, op straffe van een dwangsom bevolen om de jaarlijkse emissies van broeikasgassen in het jaar 2020 met ten minste 25 procent te beperken vergeleken met het niveau van het jaar 1990. De voor die zaak relevante internationale bepalingen zijn in rechte niet inroepbaar bij de nationale rechter, in de zin dat zij ongeschikt zijn om rechtstreeks als objectief recht in de nationale rechtsorde te functioneren en zij zijn daarom niet een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. Evenwel past de rechtbank de zogeheten reflexwerking toe. Met het laatste wordt bedoeld dat de rechter bij de toepassing van nationaalrechtelijke open normen, zoals de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, rekening houdt met internationale bepalingen die niet een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet zijn.


Lees verder