Veranderen is van alle tijden

rustRick Verschoof

Deze week realiseerde ik me dat ik zo ongeveer mijn hele beroepsleven te maken heb gehad met veranderingen. Dat begon al toen ik nog bij de UU werkte van 1985 tot 1994. Alleen al in het onderwijs heb ik toen een semestersysteem (2 onderwijsperiodes), een blokkensysteem (5 onderwijsperiodes) en een trimestersysteem (3 onderwijsperiodes) meegemaakt. De meeste collega’s vonden die respectieve wijzigingen destijds een goed idee. Maar ook goede ideeën zijn tijdgebonden. Ik was dan ook niet verbaasd bij mijn terugkeer aan de UU in 2012 een systeem met 4 onderwijsperiodes aan te treffen.

En, opnieuw terug in de tijd, ik was nog maar een paar jaar bij de rechtspraak aan de slag of zeer grote veranderingen kondigden zich aan. Vanaf 1999 heeft de rechtspraak zichzelf in tien jaren enorm geprofessionaliseerd en gemoderniseerd als organisatie. Ik heb als gerechtsbestuurder daarvan tien jaar in de frontlinie gestaan: een gouden tijd om mee te maken en – op bescheiden schaal – mee vorm te geven.

Deze ontwikkelingen verliepen vrij geleidelijk, maar helaas zijn niet alle veranderingen zo. Niet steeds is sprake van evolutie en ontvouwt het zich als vanzelf. De herziening van de gerechtelijke kaart, met het ontstaan van de grote fusierechtbanken, was een revolutie, of in meer toepasselijke termen: een reorganisatie. Die heeft veel bloed, zweet en tranen gekost. De besluiten waren daarover nog maar net genomen, of ik kwam bij het departement rechtsgeleerdheid binnen tijdens een reorganisatie. Er moesten mensen uit. De sfeer was niet goed en pas ruim een jaar later kwamen we op het departement weer een beetje tot onszelf. Vergeleken daarbij was mijn rechtbank een oase van rust.

Het is intussen anderhalf jaar later en, het zal niet waar wezen,… opnieuw een reorganisatie, nu weer bij de rechterlijke macht. De vorige week, jullie zullen het in het nieuws wel gehoord hebben, is besloten dat ‘zeven rechtbanken dichtgaan’. De aanhalingstekens staan er niet voor niets, want wat er staat klopt strikt genomen niet. Even wat uitleg. Er gaan geen zittingszalen dicht. Op alle huidige locaties vinden ook straks nog zittingen plaats. Alleen zittingen in meer complexe zaken worden weggehaald op de plaatsen waar de ‘zeven rechtbanken dichtgaan’. Maar 90% blijft gewoon op de oude locaties. De burger merkt er dus weinig van in dat opzicht. Wat ook niet gebeurt, is dat een of meer van de huidige fusierechtbanken (dat zijn er 11) ophouden te bestaan. Ze blijven alle elf. Wat is dan wel aan de orde? Er gaan zeven kantoorvestigingen dicht. De huidige elf fusierechtbanken die nu nog hun mensen hebben gehuisvest op 20 plaatsen in Nederland zitten straks nog maar op 13 plaatsen in kantoren. De rechtbank Midden-Nederland hoort bij de rechtbanken die reorganiseren: van de twee kantoorlocaties wordt het één kantoorlocatie. Lelystad sluit, iedereen die daar nu een bureau heeft, komt aan een bureau in Utrecht te zitten. Dat zijn meer dan 200 mensen. Dat geeft veel andere en ongetwijfeld langere reisbewegingen in het woon-werkverkeer, maar ook in het verkeer tussen het Utrechtse kantoor en het Lelystadse zittingencomplex. Die kosten geld, maar minder geld dan de miljoenenhuur van het gebouw in Lelystad. En daar komt de reden voor dit alles: ook de rechtspraak moet bezuinigen vanaf 2016, waar zij tot nu toe relatief gespaard was gebleven. Het motto is: wij investeren in mensen, niet in stenen. Dat motto leidt tot nog een verandering in Utrecht: met z’n allen krijgen we minder kantoorruimte (nog een bezuiniging) door te gaan flexwerken. En zo dus op zes andere plaatsen in Nederland, hoewel ik niet weet of iedereen gaat flexwerken. De sfeer is – vooral in Lelystad – niet goed. De collega’s hebben voor Omroep Flevoland laten weten het er niet mee eens te zijn en ik hoorde dat sommigen huilend door hun gerechtsgebouw liepen. Wanneer deze reorganisatie daadwerkelijk zijn beslag krijgt, is onzeker. Dit is namelijk afhankelijk van huurcontracten en het vertrek van weer andere gebruikers van ons Utrechtse gerechtsgebouw. Maar hoewel het nog jaren kan duren, is vergeleken met dit alles ons departement rechtsgeleerdheid een oase van rust… Werken bij twee organisaties heeft het nadeel dat ik met meer veranderingen word geconfronteerd, maar het voordeel dat ik me daaraan deels kan onttrekken door mijn werk bij de andere organisatie.

Ik voel mee met de Lelystadse collega’s die het niet anders zullen beleven dan dat hun hele organisatie verdwijnt, waarmee zij zich verbonden voelen, maar ook met het bestuur van de rechtbank dat zich – in landelijk verband – gedwongen zal hebben gezien mee te helpen om 100-150 miljoen euro per jaar te bezuinigen, wat niet kan zonder rigoureuze maatregelen, ook als je het liever anders had gezien.

Ik wens ons allen een rustig academisch jaar!