Eerlijke rechters, betrouwbare rechters

eerlijkheidlangbroekPhilip Langbroek

Enkele weken geleden maakte een journalist op VGNyhetter, een grote Noorse Nieuwssite  bekend dat 19 Noorse rechters zaken hebben behandeld  waarin verzekeringsmaatschappijen partij waren, terwijl zij aandelen in  die verzekeringsmaatschappijen hadden. De journalisten Frank Haugsbø  en  Geir Olsenen hebben  dat bekwaam opgeklopt, inclusief verhalen van partijen die die zaken verloren hebben.  Die partijen zeggen nu natuurlijk, dat ze zich veel geld en moeite hadden kunnen besparen, of dat ze die rechters hadden gewraakt als ze het hadden geweten.  De vraag is of ze dan een andere uitspraak hadden gekregen.

Het is natuurlijk wel raar. Noorwegen is een toonbeeld van rechtsstatelijkheid en transparantie. Wie de rapportages van Transparency International leest over justitie in Noorwegen, moet concluderen dat ze nauwelijks een smetje hebben kunnen vinden.  Ik was verbaasd, toen ik het las. Ik schrijf met Mirjam Westenberg een boek over kwaliteitszorg in de rechtspleging (www.justizforchung.ch), onder andere  in Noorwegen. Niets is perfect, maar die Noren zijn een heel eind, dachten we.

Uit een later bericht blijkt dat een van die rechters, Stensrud, zich van geen kwaad bewust was. ”Ik heb 1244 aandelen in een bedrijf dat 500 miljoen aandelen heeft uitstaan. Het is net zoiets als geld op een bankrekening parkeren”, zegt die rechter.

Hoe erg is dat? Rechters hebben een behoorlijk inkomen, dus het is niet raar dat ze ook sparen en beleggen, al zal dat meestal bescheiden van omvang zijn.  Van een afstandje kun je denken nou ja, dat tast de onpartijdigheid van zo’n rechter toch niet aan?  En toch. Er zijn in Nederland en daarbuiten veel mensen die het  – om wat voor reden dan ook – wel gehad hebben met autoriteiten. De geringste geheimhouding of intransparantie of aan het licht gebrachte fout  is aanleiding tot heftige reacties op social media en op nieuwssites – samenzweringstheorieën zijn daar de nieuwe normaal. In Noorwegen moeten rechters hun belangen en nevenbetrekkingen melden. Hoe meer transparantie, des te meer vertrouwen, zo is de gedachte. En dan is het dus ook niet verkeerd dat het publieke oog die nevenbetrekkingen en die bezittingen kan zien.

In Noorwegen is een publiek aandeelhoudersregister. Daardoor kon Journalist Haugsbø die rechter-aandeelhouders achterhalen.  In Nederland is zo’n register er nog steeds niet, en rechters hoeven in Nederland alleen maar hun nevenbetrekkingen te melden.  Dus Nederland is nog niet zo transparant als Noorwegen als het gaat om aandeelhouders en rechtspraak. En we weten ook niet of alle rechters hun nevenbetrekkingen wel gemeld hebben. Hoe erg is dat?

Het is niet aannemelijk dat rechters met aandelen anders rechtspreken dan rechters zonder aandelen. Maar de vraag of rechters die hun belangen of nevenbetrekkingen gemeld hebben anders rechtspreken dan rechters die dat niet gedaan hebben, is wel een interessante. In Nederland is die vraag nauwelijks onderzoekbaar, in Noorwegen in elk geval wel voor  het aandelenbezit van rechters. Hoe erg is dat?

Het laat in ieder geval zien dat de norm: rechters behoren ook elke schijn van partijdigheid te vermijden, niet absoluut handhaafbaar is. Niet door gerechtsbesturen, omdat zij vaak ook niet kunnen weten wat een rechter allemaal buiten de rechtbank doet en bezit. En ook niet door partijen, ten eerste omdat zij in Nederland meestal van te voren niet weten wie op hun zaak zit en ten tweede omdat partijen en hun advocaten ook niet kunnen weten wat een rechter buiten de rechtbank allemaal bezit. Hoe erg is dat?

In Nederland moeten we dus vertrouwen op de eerlijkheid van rechters ten aanzien van zichzelf in relatie tot hun vermogen om in een zaak onpartijdig te oordelen en de schijn van partijdigheid te vermijden. Dat is, zoals het nu is, vooral een zaak van professionele ethiek. Dat is niet alleen je geweten als rechter, maar dat is ook het gesprek met je collega’s. Niet iedereen hoeft mee te luisteren als je je gedachten over wat in jouw situatie professioneel behoorlijk is aan die van een collega toetst.  Hoe erg is dat?