Klimaatstaken, mag dat?

Plaatje blog woensdagTim Bleeker
Stefan Philipsen

Op vrijdag 3 april demonstreren jongeren over de hele wereld in het kader van ‘Fridays for future’ voor het klimaat. Ook in Nederland zullen tienduizenden scholieren hun onderwijsverplichtingen staken om onder schooltijd hun stem te laten horen. Maar kan dit zomaar? Voor alle middelbare scholieren geldt immers dat zij in beginsel leerplichtig zijn en naar school moeten. Wat weegt in dit soort gevallen zwaarder? De leerplicht of het demonstratierecht en het recht op een vrije meningsuiting? In deze blog bespreken we welke rechten, plichten en vrijheden zijn betrokken bij het klimaatstaken, en geven we antwoord op de vraag of het klimaatstaken (juridisch) is toegestaan. Daarbij richten wij ons primair op situaties waarin de leerling geen toestemming heeft voor de deelname aan de stakingen.

Het startpunt: de Leerplichtwet
Voor de meeste middelbare scholieren geldt dat zij op grond van de Leerplichtwet verplicht zijn om iedere dag naar school te gaan (art. 3 Lpw). De Leerplichtwet bepaalt niet alleen dat minderjarigen op een school ingeschreven moeten staan, maar ook dat zij die school geregeld moeten bezoeken. Met geregeld schoolbezoek bedoelde de wetgever in ieder geval dat er ‘geen les- of praktijktijd wordt verzuimd’ (art. 4 Lpw). Deze verplichting rust niet alleen op de leerlingen zelf, maar de wetgever heeft vooral hun ouders aangewezen als degenen die ervoor moeten zorgen dat de verplichtingen uit de Leerplichtwet worden nageleefd (art. 2 Lpw). Leerplicht staat in Nederland gelijk aan schoolplicht. Thuisonderwijs bestaat in Nederland dus formeel niet.

Handhaving van de Leerplichtwet vindt op verschillende manieren plaats. Ten eerste heeft de school waar een leerling staat ingeschreven tot taak te controleren of de betreffende leerling aanwezig is. De schooldirecteur is voor die controle verantwoordelijk. Wanneer leerlingen ongeoorloofd afwezig zijn, moet de school de leerling daarop als eerste aanspreken. Een school is ook bevoegd om disciplinaire maatregelen – zoals nablijven – op te leggen aan leerlingen die niet aan de Leerplichtwet voldoen. Als blijkt dat leerlingen zich stelselmatig aan hun wettelijke verplichtingen onttrekken, en de school dus niet in staat is (gebleken) naleving van de Leerplichtwet te garanderen, stellen de door de gemeente aangestelde leerplichtambtenaren een onderzoek in. Van stelselmatig verzuim is sprake als leerlingen in een periode van vier weken zestien lesuren missen. Als ook de interventie van een leerplichtambtenaar niet mag baten, is er ten derde nog het strafrecht. Ouders en leerlingen die niet aan hun verplichtingen onder de Leerplichtwet voldoen, zijn op grond van die wet strafbaar.

Het uitgangspunt is duidelijk: wie onder schooltijd demonstreert, overtreedt de Leerplichtwet. Er zijn echter uitzonderingen.

Escape: toestemming vragen
De Leerplichtwet biedt in nauwkeurig omschreven uitzonderingssituaties de mogelijkheid om officieel vrijstelling te krijgen van de plicht om naar school te gaan. Veel van die wettelijke uitzonderingsmogelijkheden zijn niet toepasbaar op demonstrerende leerlingen. Mogelijk kunnen leerlingen zich wel beroepen op de wettelijke uitzonderingsgrond voor ‘gewichtige omstandigheden’ (artikel 11 onder g Lpw jo 14 Lpw). Deze grond werd vooral in de wet opgenomen voor situaties waarin ouders met hun kinderen bijvoorbeeld een bruiloft wilden bezoeken, maar was niet bedoeld om demonstraties van leerlingen te faciliteren. Tegelijkertijd biedt deze vrijstellingsgrond wel ruimte aan scholen een eigen afweging te maken. Het is aan de schooldirecteur om te beoordelen of deze vrijstellingsgrond kan worden ingeroepen (art. 14 Lpw). Hij of zij kan dan voor maximaal tien (les)dagen per schooljaar vrijstelling verlenen.

Leerlingen die van plan zijn deel te nemen aan evenementen zoals Fridays for future, en de Leerplichtwet niet willen overtreden, zouden dus toestemming kunnen vragen. De aanvraag moet wel door de ouders van de leerling worden ingediend.

Als zowel de ouders als de school deelname aan de klimaatstaking een goed idee vinden, kan de toestemming trouwens ook op een informele manier worden ingevuld. De school kan een oogje dichtknijpen, of kan het demonstreren aanmerken als een waardevolle activiteit in het kader van de burgerschapsopdracht die de school ook heeft.

Overtreding van de Leerplichtwet met een beroep op grondrechten
Het is niet ondenkbaar dat een school geen toestemming wil verlenen voor een klimaatdemonstratie. Bovendien zal ook niet iedere leerling toestemming willen vragen om aan een klimaatdemonstratie deel te kunnen nemen. In dat geval wordt de Leerplichtwet overtreden, en kunnen leerlingen worden geconfronteerd met sancties. Kan een leerling in zo’n geval de overtreding van de Leerplichtwet rechtvaardigen met een beroep op grondrechten?

Grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van demonstratie (zie bijv. art. 7 lid 3 en 9 Gw) bieden eenieder, dus ook (minderjarige) leerlingen, de mogelijkheid om in vrijheid zijn of haar mening uit te dragen. Deze grondrechtelijke bescherming is alleen niet absoluut. Iedereen die demonstreert moet bijvoorbeeld het Wetboek van strafrecht respecteren, en mag tijdens het demonstreren niet de verkeersveiligheid in gevaar brengen of milieuvoorschriften overtreden. Neutrale, algemene regels blijven van kracht tijdens de uitoefening van grondrechten.

Ook de Leerplichtwet is zo’n algemene en neutrale regel. Het uitgangpunt van de Leerplichtwet is dat ieder kind recht heeft op onderwijs, en dat niemand – ook zijn of haar ouders niet – hem of haar dat recht kan onthouden. Opgroeiende kinderen zijn zelfs niet vrij om te beslissen over hun eigen onderwijs. Ook als zij niet naar school willen, heeft de wetgever het in hun belang geacht om naar school te gaan. In beginsel kunnen leerlingen zich dus ook niet met een beroep op grondrechten aan de verplichtingen die uit de Leerplichtwet voortvloeien onttrekken. Leerlingen die willen demonstreren, zullen dat dus in beginsel buiten schooltijd moeten doen. Het weekend biedt daarvoor natuurlijk een mooie gelegenheid.

Overtreding Leerplichtwet als onderdeel van de boodschap?
Een interessante juridische vraag is of het voorgaande verandert als de leerlingen betogen dat het doelbewust missen van lessen op symbolische wijze bijdraagt aan hun boodschap. Rechters zijn in demonstratiezaken soms bereid uitzonderingen te accepteren op het uitgangspunt dat algemene en neutrale regels zoals de Leerplichtwet geaccepteerd moeten worden. Dat geldt vooral als die algemene regel in een concrete situatie het grondrecht disproportioneel raakt. Voor de Leerplichtwet kan daarvan sprake zijn als de vorm van het protest – het tijdstip waardoor de leerlingen niet naar school gaan – onlosmakelijk verbonden is met de boodschap die de stakers willen uitdragen.

Leerlingen die deelnemen aan klimaatdemonstraties onder schooltijd zouden kunnen betogen dat het gedwongen naar school gaan (of de consequenties die ze ondervinden door het staken) hun vrijheid van meningsuiting of vrijheid van betoging disproportioneel raakt, omdat het staken een essentieel onderdeel is van de boodschap die zij willen overbrengen. Het staken onderstreept de urgentie van de boodschap: ‘klimaatverandering is belangrijker dan wat er op school wordt besproken’. Verder zouden leerlingen kunnen beargumenteren dat de leerplicht beoogt hen voor te bereiden op de toekomst en dat demonstreren voor die toekomst in een dergelijke doelstelling past; aanleiding voor de klimaatstaking is immers dat leerlingen zich zorgen maken over hun toekomst vanwege het inadequate klimaatbeleid. Daarnaast bestaat er op zichzelf een symbolische symmetrie in het schenden van de leerplicht door de leerlingen en de dreigende schending van klimaatverplichtingen door de Nederlandse overheid; het lijkt er immers op dat de Staat zich niet zal houden aan het Urgenda-vonnis. Een soort burgelijke ongehoorzaamheid in reactie op de ongehoorzaamheid van de Staat, dus.

Dus, wat weegt zwaarder: de leerplicht of het demonstratierecht en het recht op een vrije meningsuiting? Dat hangt ervan af. Ten eerste moet het niet-naar-school-gaan duidelijk in verband te brengen zijn met een meningsuiting. Het lastige is dat een objectieve buitenstaander het staken als zodanig niet automatisch als een uitdrukking van een boodschap of als onderdeel van een boodschap zal beschouwen. Zonder context zal het niet naar school gaan altijd worden opgevat als spijbelen. Leerlingen die besluiten te staken voor het klimaat, zullen bijvoorbeeld geen aanspraak kunnen maken op grondrechtelijke bescherming als zij aan het staken invulling geven door naar huis gaan om te gamen. Zij zullen duidelijk moeten maken dat hun symbolische daad moet worden begrepen in het licht van een bepaalde mening over de verantwoordelijkheid van de overheid voor het klimaat. Deelname aan een groot georganiseerd klimaatprotest onder schooltijd maakt dat de meningsuiting en de staking van de onderwijsverplichtingen krachtiger (en controleerbaarder) met elkaar verbonden zijn, dan wanneer de leerlingen met drie man en een spandoek ergens op een veldje staan.

Ten tweede zal bij de beoordeling van het staken ook de frequentie van het staken en de impact op de ontwikkeling en schoolresultaten van de leerling een rol moeten spelen. Als maar één of twee vrijdagen in het jaar wordt gestaakt en de leerling in kwestie maatregelen neemt om niet achterop te raken, slaat de balans tussen handhaving van de Leerplichtwet en bescherming van de vrije meningsuiting of het recht op betoging, sneller door naar die laatste. Het staken van onderwijsverplichtingen wordt eerder beschermd als het om een (zeer) uitzonderlijke, incidentele activiteit gaat. Dat komt vooral doordat de Leerplichtwet, als gezegd, meebrengt dat leerlingen niet over alle onderdelen van hun leven vrijelijk kunnen beslissen; de wetgever heeft beslist dat leerlingen zo nodig zelfs tegen hun wil in naar school moeten. Als de leerling te veel onderwijsuren mist, is de schooldirectie wettelijk verplicht escalerende maatregelen te nemen. Daarmee bevat de Leerplichtwet zelf een aanwijzing dat bij regelmatige of langdurige klimaatstakingen, de leerplicht zwaarder weegt dan het belang van de meningsuiting.

Terug naar de beginvraag: klimaatstaken, mag dat? Ja, klimaatstaken met toestemming van de school en ouders is in principe toegestaan. Zonder die toestemming ligt dat ingewikkelder, maar als het niet-naar-school-gaan onderdeel is van de boodschap die leerlingen willen uitdragen, dan kan overtreding van de Leerplichtwet onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn. Een dergelijke rechtvaardigingsgrond heeft kans van slagen als het staken incidenteel is, en de reden voor het staken de deelname aan een georganiseerde klimaatdemonstratie (zoals Fridays for future) is. Het wordt anders als leerlingen vaker of voor een langere periode onderwijs gaan missen. In dergelijke gevallen weegt de leerplicht in principe zwaarder dan het recht op vrije meningsuiting of betoging. Bij twijfel kunnen leerlingen het beste met de school overleggen over de staking, om een oplossing te vinden waarbij zowel vrijheid van meningsuiting als het belang van het volgen van goed onderwijs worden gewaarborgd.