Maandelijks archief: december 2016

Het rapport van de Commissie rechtseenheid bestuursrecht

eenheidRolf Ortlep & Ivo Giesen

Een rechtsgeleerde, vakgebiedoverstijgende dialoog naar aanleiding van een op een wankel politiek koord balancerend rapport

Rolf: Zeg Ivo, wat vind jij als notoire rechtspleging-watcher eigenlijk van het rapport van de Commissie rechtseenheid bestuursrecht [bijlage bij Kamerstukken II 2015/2016, 34389, nr. 9]? Weliswaar is inmiddels het wetsvoorstel Organisatie hoogste bestuursrechtspraak, ten behoeve waarvan het rapport is opgesteld, ingetrokken [Kamerstukken II 2016/2017, 34389, nr. 23], maar het rapport geeft volgens mij wel interessante gezichtspunten als het gaat om het belang van rechtseenheid en rechterlijke rechtsvorming. Hoe lees je dit als echte civilist? Lees verder

Rechtseenheid in de EU interne markt: op het snijvlak van eenheid en diversiteit

flagaueJotte Mulder

Hoe kan de diversiteit aan lidstatelijke ‘sociale systemen’ worden verenigd binnen een one-size-fits-all benadering van Europese marktintegratie? Dit is wellicht de voornaamste uitdaging van Europese marktintegratie en de rechtseenheid van het Europese recht. Daarbij wordt constant gebalanceerd op een snijvlak van eenheid (van het Europese recht) en diversiteit (van lidstatelijke belangen). Een breed gedeelde perceptie is dat deze scheidingslijn steeds onduidelijker wordt. Dat gebeurt enerzijds omdat steeds meer kwesties worden geharmoniseerd via richtlijnen, reguleringen en vormen van soft law. Anderzijds bestaat er een perceptie dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof) deze balans bedreigt op basis van neoliberaal getinte ‘activistische rechtspraak’. Het Hof wordt op regelmatige basis geconfronteerd met de uitdaging de sociale diversiteit van de lidstaten te verenigen met de Europese integratiedoelstellingen. Op rechtspraak van het Hof is veel kritiek vanwege het feit dat lidstaten ingrepen in ‘nationale aangelegenheden’ steeds meer zien als een onrechtmatige inmenging in de vormgeving van ‘hun eigen’ publieke belangen. Het vinden van een juiste balans tussen eenheid en diversiteit is daarmee in toenemende mate van belang voor de rechtseenheid en de stabiliteit van de Europese Unie. Brexit is daarvan wellicht het voorbeeld in extremis. In deze en toekomstige blogs zal ik proberen tot een typologie te komen van de verschillende redenering op basis waarvan het Hof tot oplossingen komt in ‘moeilijke zaken’. Dat wil zeggen: de zaken die zich bevinden op het snijvlak van eenheid en diversiteit. Op welke wijze weet het Hof de uniforme toepassing van interne marktrecht te verenigen (of niet) met de sociaal economische diversiteit van de lidstaten en zou dat beter kunnen?   Lees verder

De Urgenda-uitspraak: wetgever en regering onder verscherpt rechterlijk toezicht

Rolf Ortlep

Het is bijna als uilen naar Athene dragen om iets te zeggen over de Urgenda-uitspraak (Rechtbank Den Haag 24 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:7145). In de literatuur zijn immers over die uitspraak al vele pennenvruchten verschenen. Is er dan zo veel bijzonders aan de hand? Dat kan niet met recht worden ontkend.

De Stichting Urgenda is de organisatie voor duurzaamheid en innovatie die Nederland, samen met bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en particulieren, sneller duurzaam wil maken. Deze stichting heeft een civielrechtelijke zaak tegen de Staat aangespannen, omdat de overheid volgens haar de urgentie van het klimaatprobleem weliswaar erkent, maar te weinig maatregelen neemt om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. In de Urgenda-uitspraak wordt de Staat, op basis van de in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, op straffe van een dwangsom bevolen om de jaarlijkse emissies van broeikasgassen in het jaar 2020 met ten minste 25 procent te beperken vergeleken met het niveau van het jaar 1990. De voor die zaak relevante internationale bepalingen zijn in rechte niet inroepbaar bij de nationale rechter, in de zin dat zij ongeschikt zijn om rechtstreeks als objectief recht in de nationale rechtsorde te functioneren en zij zijn daarom niet een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. Evenwel past de rechtbank de zogeheten reflexwerking toe. Met het laatste wordt bedoeld dat de rechter bij de toepassing van nationaalrechtelijke open normen, zoals de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, rekening houdt met internationale bepalingen die niet een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet zijn.


Lees verder