Auteursarchief: Rolf Ortlep

Over Rolf Ortlep

Rolf Ortlep is als Universitair Hoofddocent verbonden aan het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht en Rechtstheorie van de Universiteit Utrecht.

Deskundigenserie: Korošec-arrest in de bestuursrechtspraak

expertRolf Ortlep

Iets zeggen over het Korošec-arrest is niet als uilen naar Athene dragen. Over het belang en uitwerking van dat arrest is namelijk nog veel onduidelijk. Uit de Nederlandse bestuursrechtspraak komt naar voren dat de rechter zich meer bewust is van een eventuele veroordeling wegens schending van het – in artikel 6 EVRM neergelegde – beginsel van gelijkheid der wapenen als hij blind vaart op een door het bestuursorgaan ingeschakelde deskundige. De rechtbank Midden-Nederland heeft in dat kader een vermeldingswaardige uitspraak gedaan waaruit duidelijk wordt welke stappen ondernomen kunnen worden om een dergelijke schending te voorkomen. Lees verder

Responsieve opstelling binnen de Trias

ortlepeenheidRolf Ortlep

Relatief recent verscheen een redactioneel van de heer Scheltema, regeringscommissaris voor de algemene regels van het bestuursrecht, met als titel: ‘Bureaucratische rechtsstaat of responsieve rechtsstaat? (NTB 2015/37 en zie daarna zijn ‘Uitbesteding van overheidstaken: wegbestemming van rechtsbescherming? (NTB 2016/49)). Niet alleen in dat redactioneel maar ook in andere bronnen herken ik steeds vaker ‘responsieve opstelling’ als de nieuwe buzz-woorden, in de zin van een open dialoog tussen overheid en burger waarin verwachtingen en vraag en antwoord zich aan elkaar aanpassen. Er is veel aandacht voor een responsieve opstelling van een afzonderlijke staatsmacht maar relatief weinig aandacht voor de gevolgen die een dergelijke opstelling voor het evenwicht binnen de Trias heeft. Ook al wordt het afwijkend gepresenteerd, het vraagstuk van een responsieve opstelling is in de kern niet wezenlijk anders dan het oude leerstuk van de verhouding tussen de verschillende staatsmachten. Lees verder

De Urgenda-uitspraak: wetgever en regering onder verscherpt rechterlijk toezicht

Rolf Ortlep

Het is bijna als uilen naar Athene dragen om iets te zeggen over de Urgenda-uitspraak (Rechtbank Den Haag 24 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:7145). In de literatuur zijn immers over die uitspraak al vele pennenvruchten verschenen. Is er dan zo veel bijzonders aan de hand? Dat kan niet met recht worden ontkend.

De Stichting Urgenda is de organisatie voor duurzaamheid en innovatie die Nederland, samen met bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en particulieren, sneller duurzaam wil maken. Deze stichting heeft een civielrechtelijke zaak tegen de Staat aangespannen, omdat de overheid volgens haar de urgentie van het klimaatprobleem weliswaar erkent, maar te weinig maatregelen neemt om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. In de Urgenda-uitspraak wordt de Staat, op basis van de in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, op straffe van een dwangsom bevolen om de jaarlijkse emissies van broeikasgassen in het jaar 2020 met ten minste 25 procent te beperken vergeleken met het niveau van het jaar 1990. De voor die zaak relevante internationale bepalingen zijn in rechte niet inroepbaar bij de nationale rechter, in de zin dat zij ongeschikt zijn om rechtstreeks als objectief recht in de nationale rechtsorde te functioneren en zij zijn daarom niet een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. Evenwel past de rechtbank de zogeheten reflexwerking toe. Met het laatste wordt bedoeld dat de rechter bij de toepassing van nationaalrechtelijke open normen, zoals de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, rekening houdt met internationale bepalingen die niet een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet zijn.


Lees verder

Rechtseenheid 3: Aanzet tot definiëring en instrumenten die rechtseenheid kunnen optimaliseren

court_of_justice_of_the_european_unionRolf Ortlep

Inleiding

In mijn vorige blog heb ik een bescheiden aanzet gegeven om het begrip ‘rechtseenheid’ te definiëren en heb ik een aantal instrumenten genoemd die in elk geval (ook) als doel hebben om de rechtseenheid te optimaliseren. Vooralsnog worden de volgende vier onderscheiden: institutionele hervorming, prejudiciële procedure, coördinatie/afstemming en een gedifferentieerde discursieve motiveringsplicht. Het eerste instrument is in mijn vorige blog besproken. Hieronder bespreek ik de andere drie instrumenten. Lees verder

Rechtseenheid 2: aanzet tot definiëring en instrumenten die rechtseenheid kunnen optimaliseren

hamerRolf Ortlep

In zijn ‘Rechtseenheid 1: Bloggen over rechtseenheid?’ heeft Eddy Bauw een inspirerende aftrap gegeven over het onderwerp rechtseenheid. Het is de bedoeling om – met die blog als startpunt – over dat onderwerp een reeks te openen. Met de onderhavige blog en de volgende blog wordt dienaangaande de spreekwoordelijke handschoen opgepakt. Lees verder