Auteursarchief: Ivo Giesen

Ivo Giesen

Over Ivo Giesen

Ivo Giesen is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder aansprakelijkheidsrecht en burgerlijk procesrecht, aan de Universiteit Utrecht en programmaleider van het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law. Zijn werk is een zoektocht naar creatieve oplossingen voor hedendaagse maatschappelijke problemen binnen het aansprakelijkheids- en procesrecht, gefundeerd op het geldende recht, maar altijd naar buiten kijkend (interne rechtsvergelijking, externe rechtsvergelijking, psychologie, sociologie, economie, etc.) om inspiratie op te doen, en daarbij zonder aarzeling (oude) grenzen overschrijdend waar nodig.

Naar een prejudiciële vraagprocedure in het bestuursrecht?

light-bulb-1002783_1920Ivo Giesen

In het recente verleden heeft de regering zich positief uitgesproken over een (beperkte) invoering van de prejudiciële vraagprocedure in het bestuursrecht, parallel aan de bestaande procedure in het civiele recht (art. 392 e.v. Rv) en het belastingrecht (art. 27ga AWR). De vraag die wij aan de orde stellen is of de prejudiciële vraagprocedure inderdaad een aanwinst voor het bestuursrecht zou zijn. En indien het antwoord op die vraag bevestigend is, waar liggen dan nog aandachtspunten als het gaat om de invoering en toepassing ervan? Voor een beschouwing hierover is tevens aanleiding omdat onlangs de civielrechtelijke Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad is geëvalueerd, en daarin is geconcludeerd dat die wet een onverdeeld succes is geworden. Is dat succes eigen aan het feit dat het gaat om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad als cassatierechter, of gaat dat ook op voor het bestuursrecht, waar het – naast de Hoge Raad in belastingzaken – gaat om drie hoogste feitenrechters?  Lees verder

De Wet Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: een succesverhaal

Ivo Giesen

De ‘Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad’ (hierna: Wpv) maakt het voor de civiele feitenrechter (rechtbank en hof) mogelijk om gedurende een civiele procedure en alvorens daarin een einduitspraak te doen, prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. In het recent verschenen boek ´De Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad´ wordt de werking van de Wpv in het civiele recht geëvalueerd. Daarnaast is onderzocht of het mogelijk is om deze procedure ook in het strafrecht in te voeren. Op grond van een literatuurstudie en interviews met betrokkenen bij de procedure, is geconcludeerd dat de Wpv in het civiele recht een onverdeeld succes is en invoering in het strafrecht opportuun is. De Minister van Veiligheid en Justitie gaf in zijn reactie aan het Parlement  aan dat hij de conclusie van het rapport onderstreept en de aanbevelingen overneemt. Hieronder behandelen wij de belangrijkste bevindingen van het genoemde onderzoek naar het functioneren van de prejudiciëlevraagprocedure in het civiele recht. Hoewel de betrokkenen bij de regeling (zéér) positief zijn over de regeling, sluiten we af met enkele kritische(re) noten.


Lees verder

De civielrechtelijke sanctionering van schendingen van de beginselen van burgerlijk procesrecht

asser_procesrecht_1Ivo Giesen

Begin december 2015 verscheen in de Asser Procesrecht-reeks een deel van mijn hand over ‘Beginselen van burgerlijk procesrecht’ (Wolters Kluwer: Deventer 2015). Daarin bespreek ik, na enkele Algemene beschouwingen, de leidende beginselen van het civiele procesrecht, vanuit Nederlands en Europees perspectief. Gevoed door het onderzoek naar en de analyse van de zeven besproken beginselen van procesrecht, heb ik in die Algemene beschouwingen een hoofdstuk opgenomen over ‘Sanctionering na schendingen van een beginsel van procesrecht’. Ik ontdekte in mijn onderzoek naar die zeven specifieke beginselen namelijk al snel dat de sanctionering van schendingen van die beginselen (welke vrijwel altijd ook als mensenrecht beschermd worden door artikel 6 EVRM en artikel 47 Handvest EU) in Nederland nogal stiefmoederlijk bedeeld is. Het thema wordt niet tot nauwelijks besproken in de doctrine en veel specifieke regels (via wetgeving of rechtspraak) zijn er ook al niet. Mitsdien weten wij ons eigenlijk nauwelijks raad met de sanctionering van dit soort schendingen. Ik meen dat dit een slechte zaak is, dat er dus dringend verbetering nodig is en dat er – gelukkig – ook een oplossing beschikbaar is. Lees verder