Categorie archief: Wetgeving

Het nieuwe artikel 37a Sr: oplossing of symboolwetgeving?

Blog Jasmijn

Jasmijn de Bree

Dit blog is geschreven door een tweedejaars student van de Legal Research Master en is gebaseerd op een artikel van haar hand dat vorige maand in Delikt en Delinkwent verscheen (DD 2018/68).

 

De weigerende verdachte is een bekend en inmiddels veelbesproken fenomeen: de verdachte die weigert mee te werken aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek, in de hoop zo te ontkomen aan een eventuele tbs-oplegging. Berichten over de daling van het aantal tbs-opleggingen als gevolg van het toenemende aantal weigeraars zorgen niet alleen voor ophef in de maatschappij, maar maken ook dat de politiek zich genoodzaakt ziet de weigeraarsproblematiek het hoofd te bieden. Op 24 januari 2018 is daarom met de nodige commotie de Wet Forensische Zorg (WFZ) door de Eerste Kamer aangenomen: een wet die door onder andere een wijziging van artikel 37a Sr ervoor zorgt dat de rechter inzage krijgt in door andere behandelaren over de verdachte opgemaakte medische rapporten. Met deze informatie zou de rechter een beter beeld van de geestestoestand van de verdachte krijgen en zo beter een stoornis kunnen vaststellen, zo stelt de wetgever. De invoering van deze zware weigeraarsmaatregel, die een doorbreking  van het medisch beroepsgeheim inhoudt, kon op veel kritiek rekenen. Deze werd afgedaan met het argument dat het een inderdaad paardenmiddel is, maar dat dit nodig is om de maatschappij te beschermen. Maar is dit wel het geval? Is dit niet een klassiek voorbeeld van symboolwetgeving, het gebruiken van wetgeving om een positief signaal af te geven, terwijl het eigenlijke probleem niet wordt opgelost? Lees verder

Van pulp komt fictie: een aanwijzing bij het opstellen van wetgeving

Jacobien van Dorp & Jeroen Kiewiet

Blog Jeroen Jacobien Pulp Fiction

Waar de wetgever de taak heeft, in beginsel, algemene en abstracte regels in wetgeving op te stellen, is het de taak van de rechter deze toe te passen in concrete gevallen. Natuurlijk zijn de taken van de wetgever en de rechter daarmee te eenvoudig onderscheiden. Zo kan de rechter niet altijd zomaar de rechtsregels toepassen, maar moet hij deze eerst interpreteren. Dit leidt dan tot de vraag of de rechter louter regels toepast, of eerder aan rechtsvorming of rechtsvinding doet. Deze rechtsfilosofische discussie is gevoerd door onder anderen H.L.A. Hart, Ronald Dworkin en Paul Scholten. Zij stelden en beantwoordden de vraag naar de mate waarin de uitkomst in een concreet geval door rechtsregels bepaald wordt. En zij lieten zich uit over wat er voor de rechter bij komt kijken om in een concreet geval tot een uitkomst te komen. In deze blog verleggen we het perspectief. In plaats van het perspectief op de rechter en de vraag wat hij nodig heeft om tot een uitkomst te komen, richten wij ons op de problemen die samenhangen met het opstellen van heldere rechtsregels. Uiteraard is in de rechtswetenschappelijke literatuur de nodige aandacht aan dit probleem besteed, maar één punt verdient beslist meer aandacht. Het is zo dat de rechter soms gedwongen wordt tot het creëren van ficties in zijn uitspraak als gevolg van het woordgebruik door de wetgever in de wet. Over dit probleem buigen wij ons in deze blog. Lees verder