Categorie archief: Strafrecht

De Wet Bibob en de aanpak van criminele motorbendes

PERTH, AUSTRALIA - SEPTEMBER 12:  Rebels motorcycle club members ride from Meckering to Perth on September 12, 2013 in Perth, Australia. An estimated 1000 Rebels from chapters all over Australia gather for the road trip across the country to Perth.  (Photo by Paul Kane/Getty Images)

Benny van der Vorm

Het is al vaker gesignaleerd: de Nederlandse rechtstaat wordt bedreigd door ondermijnende criminaliteit. Over de vraag wat nu precies wordt verstaan onder deze vorm van misdaad bestaat onduidelijkheid, maar we zijn het erover eens dat hard moet worden opgetreden tegen ondermijning. Als we op de website van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum en het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (hierna: RIEC-LIEC) afgaan, moeten wij hierbij voor denken aan criminele motorbendes. Het zal weinigen zijn ontgaan dat criminele motorbendes het zwaar krijgen te verduren. Regelmatig wordt het publiek op de hoogte gehouden van successen en tegenvallers van ‘justitie’ in de aanpak van motorbendes. Om deze criminele motorbendes zo effectief mogelijk aan te pakken wordt een arsenaal aan juridische wapens ingezet. Zo kan deelneming aan een criminele organisatie ten laste worden gelegd kunnen er fiscale maatregelen worden genomen om de motorbendes financieel te treffen, kan de vereniging civielrechtelijk worden ontbonden en kan het bestuursrecht een bijdrage leveren aan het sluiten van clubhuizen. Een gecombineerde inzet van al deze maatregelen moet ertoe leiden dat het gevaar dat uitgaat van criminele motorbendes in de kiem wordt gesmoord. Ook de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob, ook wel beschouwd als het paradepaardje van de bestuurlijke aanpak van georganiseerde misdaad) kan een bijdrage leveren aan de bestrijding van criminele motorbendes. Wat kunnen we van deze wet (vooral niet) verwachten? Lees verder

De buitengerechtelijke afdoening in strafzaken: het OM verzaakt zijn rol als poortwachter van de rechter

blog joep

Joep Lindeman

‘OM straft burgers ten onrechte’, kopte NRC Handelsblad begin december 2018. Het geschetste beeld was niet fraai: duizenden mensen ten onrechte bestraft, met een strafblad als gevolg. Rechtsstaatcolumnist Folkert Jensma bepleitte dat we maar weer terug moeten naar het aloude instrument van de transactie, omdat je daarmee tenminste geen strafblad zou krijgen. Was het nieuws? In 2014 was al door de procureur-generaal bij de Hoge Raad geconstateerd dat het niet lekker liep bij het OM met de strafbeschikkingen. In 2016 stelde hij weliswaar vast dat er verbetering zichtbaar was, maar dat er nog veel werk aan de winkel was. WODC-onderzoek wees in 2018 uit dat de strafbeschikking niet meer is weg te denken maar dat er veel vaker dan verwacht verzet wordt ingesteld. NRC Handelsblad had nu de hand weten te leggen op intern onderzoek. Dat wierp geen wezenlijk nieuw licht op deze bevindingen, hoewel het wel liet zien dat het proces van verbeteringen nog niet is afgerond: de beschrijving van het optreden van de strafrechtelijke autoriteiten in deze zaken stemt somber. Jammer genoeg lijkt NRC Handelsblad het probleem vooral bij het instrument van de strafbeschikking te leggen, en leunt de krant daarbij vrij zwaar op het onjuiste argument dat een andere vorm van buitengerechtelijke afdoening (de transactie) niet tot een strafblad leidt, waar een strafbeschikking dat wel doet. Door vooral de legitimiteit van de strafbeschikking in twijfel te trekken wijst de krant de verkeerde boosdoener aan. Het OM gebruikt de buitengerechtelijke afdoening, ongeacht de vorm, op de verkeerde manier. En dat is zorgwekkend. Lees verder

Het nieuwe artikel 37a Sr: oplossing of symboolwetgeving?

Blog Jasmijn

Jasmijn de Bree

Dit blog is geschreven door een tweedejaars student van de Legal Research Master en is gebaseerd op een artikel van haar hand dat vorige maand in Delikt en Delinkwent verscheen (DD 2018/68).

 

De weigerende verdachte is een bekend en inmiddels veelbesproken fenomeen: de verdachte die weigert mee te werken aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek, in de hoop zo te ontkomen aan een eventuele tbs-oplegging. Berichten over de daling van het aantal tbs-opleggingen als gevolg van het toenemende aantal weigeraars zorgen niet alleen voor ophef in de maatschappij, maar maken ook dat de politiek zich genoodzaakt ziet de weigeraarsproblematiek het hoofd te bieden. Op 24 januari 2018 is daarom met de nodige commotie de Wet Forensische Zorg (WFZ) door de Eerste Kamer aangenomen: een wet die door onder andere een wijziging van artikel 37a Sr ervoor zorgt dat de rechter inzage krijgt in door andere behandelaren over de verdachte opgemaakte medische rapporten. Met deze informatie zou de rechter een beter beeld van de geestestoestand van de verdachte krijgen en zo beter een stoornis kunnen vaststellen, zo stelt de wetgever. De invoering van deze zware weigeraarsmaatregel, die een doorbreking  van het medisch beroepsgeheim inhoudt, kon op veel kritiek rekenen. Deze werd afgedaan met het argument dat het een inderdaad paardenmiddel is, maar dat dit nodig is om de maatschappij te beschermen. Maar is dit wel het geval? Is dit niet een klassiek voorbeeld van symboolwetgeving, het gebruiken van wetgeving om een positief signaal af te geven, terwijl het eigenlijke probleem niet wordt opgelost? Lees verder

Beter niets dan iets: het spreekrecht voor slachtoffers bij de verlenging van de tbs-maatregel

Rozemarijn van Spaendonck

Afb blog Rozemarijn

De slachtoffers van strafbare feiten hebben nog nooit zoveel mogelijkheden gehad om hun stem te laten horen bij het bestraffen van de daders als vandaag de dag. De minister van Justitie en Veiligheid gaat nu een stap verder met het voorstel slachtoffers eveneens spreekrecht te geven in de procedure over de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel. In deze procedure beoordeelt de rechtbank periodiek of het risico dat een tbs’er weer de fout ingaat zodanig is dat iemand onder de hoede van een tbs-kliniek moet blijven. Wanneer dit risico voldoende is teruggebracht, kan de rechtbank besluiten om de verpleging onder voorwaarden te beëindigen. Over deze voorwaarden zouden slachtoffers volgens de minister in de rechtbank hun mening moeten kunnen geven. Het kan natuurlijk voor slachtoffers van belang zijn dat zij de mogelijkheid hebben om hun zorgen over de terugkeer van de tbs’er in de samenleving kenbaar te maken. Alleen, zo betoog ik in dit blog, de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging is daarvoor niet het goede moment. Lees verder

The Rome Statute at 20 Years: Exploring Intersections of Law and Culture at the International Criminal Court

Julie Fraser & Brianne McGonigle Leyh

ICC logoOn 17 July 2018, the Rome Statute (RS) creating the International Criminal Court (ICC) celebrated its 20th anniversary. The ICC is a permanent court that investigates serious international crimes including genocide, crimes against humanity, and war crimes, and prosecutes individuals believed to be most responsible. In this way, the ICC promotes the rule of law internationally and seeks to end impunity for the most heinous crimes. The Statute’s agreement was a remarkable achievement many decades in the making. In the last 20 years, the ICC has grown from small beginnings into a fully-fledged court of international law. Progress has not, however, always been smooth, with many issues and obstacles arising, including in relation to culture. While international law (including international criminal law) is typically portrayed as objective and not limited or bound by a particular culture, as revealed especially in practice, law and culture cannot be so clinically separated. Culture influences our view of the law, of the facts to which it applies, and the fairness of any outcome. From the substantive charges and their defences to the scope and content of reparations and the operation of the criminal process, the impact of culture can be problematic given the nature and context of the ICC’s work. And, yet, culture and the ICC has not been comprehensively addressed in scholarship. Lees verder

Constructief strafrecht

 Lisa Ansems

lisa blogHet is een tegenwoordig veelgehoorde kreet: Nederlandse rechters straffen te soft. Er zou te weinig nadruk liggen op vergelding en te veel op (re)socialisering van veroordeelden. Dit sentiment is recentelijk ook beschreven door Henri Beunders in een interessant opiniestuk in de NRC. Na een rondgang door het strafrecht constateert Beunders dat we in een zero tolerance-samenleving leven, waarin empathie en het gevoel voor de menselijke maat zijn verdwenen ten faveure van de roep om vergelding en zwaardere straffen. In deze blog betoog ik dat, hoewel vergelding een inherent doel is van het strafrecht, de samenleving daarbij uiteindelijk minder gebaat is dan bij een meer constructieve invulling van het strafrecht met voldoende aandacht voor (re)socialisering.

Lees verder

Licht aan het einde van de tunnel voor de levenslang gestrafte?

Tunnel Light At The End Of The Tunnel Tunnel TubePauline Jacobs

De levenslange gevangenisstraf is de zwaarste straf die de Nederlandse rechter kan opleggen. In Nederlands zitten momenteel 33 gedetineerden een levenslange gevangenisstraf uit zoals opgemerkt door het CPT in het rapport naar aanleiding van het bezoek aan Nederland in 2016. De praktijk van de oplegging en de tenuitvoerlegging van levenslange gevangenisstraf in Nederland staat al enige tijd onder druk. Nu de Nederlandse strafrechter huiverig is geworden om levenslange gevangenisstraffen op te leggen wegens strijdigheid ervan met artikel 3 EVRM en de uitspraak in de zaak Murray tegen Nederland, heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zich genoodzaakt gezien de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf aan te passen. Deze wijzigingen maken de Nederlandse levenslange gevangenisstraf echter geenszins “Straatsburg-proof”.   Lees verder