Categoriearchief: nl

SyRI: voor de overheid met een menselijk gezicht

Stefan Philipsen en Evert Stamhuis

Het is algemeen bekend dat wij in een datasamenleving leven. Voor de argeloze observant lijkt die datasamenleving zich te beperken tot het domein van de commerciële bedrijven. In de relatie met Google, Facebook, Microsoft, Amazon, Apple en – niet te vergeten – Tencent en Alibaba vormt onze data een ruilmiddel voor toegang tot platforms, gepersonaliseerde gebruikerservaringen en aanbiedingen. Veel minder bekend is dat toen deze bedrijven de markt begonnen te veroveren, ook de overheid de waarde van digitaal contact, data en data-analyses ging ontdekken. Voor de meest gevarieerde vormen van contact tussen overheid en burgers en bedrijven werden digitale interfaces ingevoerd. Niet alleen werden burgers en bedrijven zo medeverantwoordelijk voor de informatie-invoer, ook werden zij klant van de E-overheid. Gebruikerservaringen werden belangrijk, en het contact met de overheid werd steeds vaker gepresenteerd als een dienst. Door de digitalisering van de ‘service’verlening, beschikte de overheid over steeds meer digitaal verwerkte informatie. De beschikbaarheid van grootschalige databestanden opende nieuwe vergezichten. Niet alleen zou nog betere en snellere dienstverlening mogelijk zijn – door bijvoorbeeld de aangifte inkomstenbelasting al voor een groot deel in te vullen – ook kon de beleidsvoorbereiding en uitvoering door eigen data-analyses worden ondersteund. Door databestanden met elkaar te koppelen konden wetten en regels op een betere en effectievere wijze worden gehandhaafd. Een voorlopig hoogtepunt in deze ontwikkeling vormde het Systeem Risicoindicatie, beter bekend als SyRI. Dit systeem laat zien dat het tijd is om een normatief kader te ontwikkelen om de (verdere) digitalisering van het overheidshandelen te reguleren.  

Lees verder

Three lessons on the relationship between EU and national law in the context of the duty of consistent interpretation

Sim Haket

Is it possible to avoid a conflict between EU and national law that would result in a national court disapplying the conflicting national provision? Under certain circumstances, the duty of consistent interpretation can offer a solution. For example: two individuals conclude a sales contract, which one subsequently claims is void under EU law whereas the other replies that it is a valid contract under national law. If the dispute comes before a national court, it can resolve this issue by interpreting the provision prescribing the validity of the contract in conformity with the EU law provision. But how do judges determine whether such an interpretation is possible? They will have to take into account requirements imposed by the duty of consistent interpretation, but also the discretion that is available to them under national rules of interpretation. Do existing theories on the relationship between EU and national law, i.e. primacy, national constitutionalism and constitutional pluralism, adequately explain the interaction between EU and national law in the context of the duty of consistent interpretation? In this blog, I offer three important lessons for answering this question. This is based on the full analysis of the question in my PhD thesis The EU law duty of consistent interpretation in German, Irish and Dutch courts.

Lees verder

Pleidooi voor een multidimensionale bestuursrechtswetenschap

Lukas van den Berge

Toen ik alweer enige tijd geleden aan mijn proefschrift begon, was het de bedoeling dat ik iets op papier zou gaan zetten over de theorie van het bestuursrecht. ‘Nou, daar zit je mooi mee’, aldus de reactie van sommigen. ‘Het bestuursrecht heeft helemaal geen theorie, het gaat om de systematisering en de correcte toepassing van het geldende recht en verder eigenlijk niets’. Als ik dan zei dat ik in zo’n reactie een uitgesproken theoretisch standpunt zag, was het gesprek meestal snel afgelopen. In mijn recent verschenen VAR-preadvies ‘Responsief bestuursrecht’ tracht ik het belang van theoretische reflectie op het bestuursrecht opnieuw – nu naar ik hoop iets beter – uit te leggen. In methodologische zin pleit ik kort gezegd voor een multidimensionale bestuursrechtswetenschap die naast juridisch-dogmatische analyse niet alleen empirische, maar ook meer normatief-theoretische gezichtspunten in haar analyse betrekt. Serieuze theoretische reflectie is geen academische franje, maar van onschatbaar praktisch belang om tot goede doordenking en uiteindelijk ook tot adequate hervorming van het bestuursrecht te kunnen komen. 

Lees verder

Voorbij het besluitbegrip: bestuursrecht ontketend?

Lukas van den Berge

Recht en verandering zijn inniger verbonden dan Vroom & Dreesmann, aldus Hans Nieuwenhuis in een tijd waarin dat warenhuis nog floreerde in de Nederlandse winkelstraten. Soms verandert het recht met tromgeroffel en paukenslag. Denk aan ingrijpende arresten als Lindenbaum/Cohen en Urgenda of aan ambitieuze wetgevingsprojecten zoals de nieuwe Omgevingswet. Maar vaker voltrekken veranderingen zich haast zonder dat we er erg in hebben. Het onlangs ter consultatie voorgelegde wetsvoorstel tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) betreft een verandering van het minder opvallende type. Buiten een kleine kring van specialisten bestaat er nauwelijks aandacht voor. Maar toch gaat het om een voorstel dat uiteindelijk grote gevolgen kan hebben. Als alles meezit, betekent de geplande wijziging een eerste stap in een ontwikkeling die ons eindelijk zal verlossen van het besluitbegrip als de knellende mal die een adequaat functioneren van de bestuursrechtspraak nu al sinds jaar en dag in de weg zit. 

Lees verder

Biopolitics and the Coronavirus: in Defence of Giorgio Agamben

covid-19-4922384_1920Lukas van den Berge

In some recent blog posts, Italian star philosopher Giorgio Agamben frames the governmental response to the outbreak of the coronavirus in Italy and elsewhere as ‘frenetic, irrational and entirely unfounded’. According to Agamben, Covid-19 is not too different from the normal flus that affect us every year. The governmental reaction to the outbreak would be just another example of the tendency to use the state of exception as a normal paradigm for government. With terrorism exhausted as a legitimation for exceptional measures, the ‘invention of an epidemic’ would serve as an ideal pretext for scaling up such measures almost beyond limitation. Understandably, Agamben’s assessment of the current crisis has met with overwhelming criticism. Some commentators have even called to ‘defend society from Giorgio Agamben’, dismissing his statements as the dangerous ‘ramblings of a 77-year old man’ who should be de-platformed as soon as possible. Evidently, Agamben has been proven wrong in his appraisal of the spread of the virus as an invented epidemic, nothing to be really worried about from a public health perspective. That does not mean, however, that his critique should not be taken very seriously.

Lees verder

Bemiddeling door de rechter: gevaarlijke ontwikkeling of het beste van twee werelden?

hands-2715976_1920Jim van Mourik

Het zal u niet zijn ontgaan: de rechtspraak ligt onder een vergrootglas. Rechts-populistische politici hebben de aanval op de rechtspraak geopend. Sommigen spreken zelfs over het bestaan van  een ‘dikastocratie’.  Daarnaast wordt al sinds jaar en dag geklaagd over het onvermogen van de rechter om problemen van burgers op te lossen en de ontoegankelijkheid van de rechtspraak: ‘het is te duur en duurt te lang’. Daarom heeft de Rechtspraak het programma ‘Maatschappelijk Effectieve Rechtspraak’ (MER) gelanceerd. MER moet leiden tot snelle rechtspraak die beter aansluit bij de behoeften van rechtszoekenden. Het valt op dat daarbij wordt ingezet op bemiddeling door de rechter. Of het nu gaat om pilots zoals de Spreekuurrechter, of om recent onderzoek naar de Vrederechter, steeds wordt het streven naar een schikking gepresenteerd als de manier waarop de rechter snel en goedkoop het conflict van partijen kan oplossen. In mijn masterscriptie heb ik vorig jaar onderzocht of dat inderdaad het geval is: wat zijn de gevolgen van bemiddeling door de civiele rechter voor efficiënte, effectieve en eerlijke rechtspraak? En hoe moeten we omgaan met de nadelen die gerechtelijke bemiddeling meebrengt? 

Lees verder

De kwaliteit van juridische oordelen

audit-3737447_1920Thomas Schillemans
Ivo Giesen

Een relatief steeds groter deel van het werk van overheden bestaat uit het normeren, reguleren, toetsen en beoordelen van activiteiten die door andere actoren in private, publieke en semipublieke contexten worden uitgevoerd. In de publieke sector bestaat een keur aan dergelijke instanties wier taak het is om toe te zien op, en oordelen te vellen over, het werk en handelen van organisaties of individuen. Zo zijn er bijvoorbeeld negen inspecties aangesloten bij de Inspectieraad en er zijn zeven markttoezichthouders aangesloten bij het Markt toezichthouders beraad. En als het over (be)oordelen van anderen gaat, komt natuurlijk ook de rechterlijke macht in beeld. Al die instanties en personen hebben gemeen dat ze moeten oordelen over het werk of handelen van anderen; daarmee is de kwaliteit van hun individueel oordeelsvermogen cruciaal. In deze blog doen wij verslag van een experiment over verantwoording, bias en de kwaliteit van beoordelingen bij toezichthouders en in de rechtspraak. Hierna zal blijken dat de kwaliteit van het oordeel van professionele beoordelaars wordt vergroot als vooraf duidelijk is dat ze zich zullen moeten verantwoorden over hun beslissing.

Lees verder

Klimaatstaken, mag dat?

Plaatje blog woensdagTim Bleeker
Stefan Philipsen

Op vrijdag 3 april demonstreren jongeren over de hele wereld in het kader van ‘Fridays for future’ voor het klimaat. Ook in Nederland zullen tienduizenden scholieren hun onderwijsverplichtingen staken om onder schooltijd hun stem te laten horen. Maar kan dit zomaar? Voor alle middelbare scholieren geldt immers dat zij in beginsel leerplichtig zijn en naar school moeten. Wat weegt in dit soort gevallen zwaarder? De leerplicht of het demonstratierecht en het recht op een vrije meningsuiting? In deze blog bespreken we welke rechten, plichten en vrijheden zijn betrokken bij het klimaatstaken, en geven we antwoord op de vraag of het klimaatstaken (juridisch) is toegestaan. Daarbij richten wij ons primair op situaties waarin de leerling geen toestemming heeft voor de deelname aan de stakingen.

Lees verder

Waarom mensenrechtenvrije zones een bedreiging zijn voor het EHRM

© Yulia Orlova/HRC Memoria

Antoiantoinene Buyse

“Ik kondig het hierbij officieel aan voor alle mensenrechtenactivisten: Tsjetsjenië zal verboden terrein voor hen zijn, net zoals voor terroristen en extremisten”. Het zijn de woorden van de leider van de Russische deelrepubliek, Ramzan Kadyrov, in de zomer van 2018. Dat dit deel van de Kaukasus niet bepaald een walhalla is voor activisten zal wellicht niemand verbazen, maar in dit geval bleef het niet bij woorden. Nog geen jaar later, in maart 2019 veroordeelde een lokale rechtbank Oyub Titiev, werkzaam voor de mensenrechtenorganisatie Memorial, tot vier jaar opsluiting in een strafkolonie. De formele aanklacht was marihuanabezit, maar alom werd vermoed dat de drugs in zijn auto waren geplaatst door anderen om een aanleiding te hebben hem op te pakken. De arrestatie van de vooraanstaande activist bleef internationaal niet onopgemerkt. Zelfs het Europees Parlement riep op om hem vrij te laten en zag de arrestatie expliciet als deel van een bredere trend van aanvallen op en intimidatie van journalisten en mensenrechtenverdedigers.

Lees verder

Urgenda. Een pleidooi voor constitutioneel procesrecht

Marbury_v_Madison_John_Marshall_by_SwatjesterJerfi Uzman

Recht draait op symboliek. En dus zetelen hoogste rechtscolleges vaak in statige gebouwen waar de grandeur van eeuwen rechtsvinding vanaf straalt. Dat geldt misschien minder voor de Hoge Raad, die het moet doen met een soort Raboregiokantoor. Maar het geldt zéker voor het Amerikaanse Hooggerechtshof. In dat gebouw staat een gedenksteen, met daarop, in gouden letters: ‘It is emphatically the province and duty of the judicial department to say what the law is’. Dat zinnetje afkomstig uit de klassieker Marbury v. Madison, was de afgelopen weken inzet van politiek debat. De directe aanleiding daarvoor vormde het Urgenda-arrest van de Hoge Raad. ‘Dikastocratie’ riep de één, terwijl anderen spraken van rechtsbescherming of toepassing van de wet. Eén ding is zeker. Met het arrest van de Hoge Raad eindigt het debat niet, het begint pas. Wat daarvan te denken?

Lees verder