Categorie archief: De rechter

Egenberger and Bauer: The EU Charter as a source of rights and obligations for individuals

EU flagIndividual-i.svg

Sim Haket

The Egenberger and Bauer judgments concern what has been described as probably the most important development in EU fundamental rights law in a long time (Sarmiento): establishing the horizontal direct effect of some of the provisions of the EU Charter of Fundamental Rights (Charter). The Bauer judgment also established the duty of consistent interpretation in relation to the Charter. Despite the clear terms of the judgments, the role played by individuals as either beneficiaries or addressees of the Charter is worthy of further reflection; is the Charter a direct source of rights and obligations in disputes between individuals? I first discuss in a more general way the remedies of direct effect and consistent interpretation in EU law before I turn to the Egenberger and Bauer judgments and their meaning for consistent interpretation and in particular the direct effect of the Charter in disputes between individuals. Lees verder

Laat de bestuursrechter regelgeving indringender toetsen aan algemene rechtsbeginselen

blog MelanieMelanie van Zanten

 Voor de oplettende jurist was er vorige maand geen ontkomen aan: de Algemene wet bestuursrecht bestaat 25 jaar. Dat moest gevierd met 75 bijdragen aan de jubileumbundel 25 jaar Awb. Zelfs de minister voor Rechtsbescherming sprak een aardig woordje voor de jarige. Terugblikken betekent echter ook vooruit kijken. In enkele bijdragen wordt bijvoorbeeld benadrukt dat nog veel winst valt te behalen op het punt van rechtsbescherming van de burger tegen algemene regels. Daartegen staat nog steeds geen beroep open bij de bestuursrechter. De bestuursrechter kan wel algemene regels toetsen tijdens de beoordeling van een besluit waartegen beroep openstaat. Dit wordt exceptieve toetsing genoemd. In dit jubeljaar ga ik graag nader in op deze exceptieve toetsing aan algemene rechtsbeginselen. Specifieker bespreek ik in dit blog waarom het de bestuursrechters goed past om hun terughoudendheid bij de toetsing van algemene regels (niet afkomstig van de formele wetgever) aan algemene rechtsbeginselen enigszins te laten varen. Lees verder

Het nieuwe artikel 37a Sr: oplossing of symboolwetgeving?

Blog Jasmijn

Jasmijn de Bree

Dit blog is geschreven door een tweedejaars student van de Legal Research Master en is gebaseerd op een artikel van haar hand dat vorige maand in Delikt en Delinkwent verscheen (DD 2018/68).

 

De weigerende verdachte is een bekend en inmiddels veelbesproken fenomeen: de verdachte die weigert mee te werken aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek, in de hoop zo te ontkomen aan een eventuele tbs-oplegging. Berichten over de daling van het aantal tbs-opleggingen als gevolg van het toenemende aantal weigeraars zorgen niet alleen voor ophef in de maatschappij, maar maken ook dat de politiek zich genoodzaakt ziet de weigeraarsproblematiek het hoofd te bieden. Op 24 januari 2018 is daarom met de nodige commotie de Wet Forensische Zorg (WFZ) door de Eerste Kamer aangenomen: een wet die door onder andere een wijziging van artikel 37a Sr ervoor zorgt dat de rechter inzage krijgt in door andere behandelaren over de verdachte opgemaakte medische rapporten. Met deze informatie zou de rechter een beter beeld van de geestestoestand van de verdachte krijgen en zo beter een stoornis kunnen vaststellen, zo stelt de wetgever. De invoering van deze zware weigeraarsmaatregel, die een doorbreking  van het medisch beroepsgeheim inhoudt, kon op veel kritiek rekenen. Deze werd afgedaan met het argument dat het een inderdaad paardenmiddel is, maar dat dit nodig is om de maatschappij te beschermen. Maar is dit wel het geval? Is dit niet een klassiek voorbeeld van symboolwetgeving, het gebruiken van wetgeving om een positief signaal af te geven, terwijl het eigenlijke probleem niet wordt opgelost? Lees verder

Beter niets dan iets: het spreekrecht voor slachtoffers bij de verlenging van de tbs-maatregel

Rozemarijn van Spaendonck

Afb blog Rozemarijn

De slachtoffers van strafbare feiten hebben nog nooit zoveel mogelijkheden gehad om hun stem te laten horen bij het bestraffen van de daders als vandaag de dag. De minister van Justitie en Veiligheid gaat nu een stap verder met het voorstel slachtoffers eveneens spreekrecht te geven in de procedure over de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel. In deze procedure beoordeelt de rechtbank periodiek of het risico dat een tbs’er weer de fout ingaat zodanig is dat iemand onder de hoede van een tbs-kliniek moet blijven. Wanneer dit risico voldoende is teruggebracht, kan de rechtbank besluiten om de verpleging onder voorwaarden te beëindigen. Over deze voorwaarden zouden slachtoffers volgens de minister in de rechtbank hun mening moeten kunnen geven. Het kan natuurlijk voor slachtoffers van belang zijn dat zij de mogelijkheid hebben om hun zorgen over de terugkeer van de tbs’er in de samenleving kenbaar te maken. Alleen, zo betoog ik in dit blog, de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging is daarvoor niet het goede moment. Lees verder

Process-based fundamental rights review: what about the applicant?

L.M. (Leonie) Huijbers

Afb blog Leonie

What if you see a runaway train moving toward five people tied-up on a track. Would you pull a lever to redirect the train to another track? Yes, of course. No doubt about it. But what if there was another person tied-up on the other track? The decision whether to pull the handle or not becomes inevitably harder. This famous philosophical conundrum applies in a similar, yet – fortunately – less gruesome way, to the European Court of Human Rights. The backlog in cases, the failure of states to implement the Court’s judgments, the increasingly harsh (political) criticism on the Court, and the shortage of resources have put a strain on the proper functioning of the European Convention on Human Rights’ system. This has given rise to the question of whether the Court should continue to provide justice to each applicant, possibly at the cost of the Convention system (track one), or whether it should focus on providing general justice, by ensuring justice for as many individuals as possible, even when it may come at the cost of the applicants before the Court (track two). This dilemma between individual and general justice is also relevant for the Court’s recent procedural turn… Lees verder

Protocol 16 EVRM: baat het niet, dan schaadt het ook niet?

Janneke Gerards

Scale-of-justice-question-mark

Op 1 augustus a.s. treedt Protocol 16 bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in werking voor de eerste tien staten die het hebben geratificeerd. Dit zogenaamde Advies- of Dialoogprotocol roept een nieuwe procedure in het leven bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), die wel wat wegheeft van de prejudiciële procedure in het EU-recht. Specifiek aangewezen nationale hoogste rechters krijgen de mogelijkheid om, tijdens een lopende procedure, het EHRM te vragen om advies over principiële vragen over de interpretatie en toepassing van het EVRM. Is dit nu wel of niet een goed idee? Lees verder

De Urgenda-uitspraak: rechter zijn boekje te buiten?

Sjoerd Staal

Stichting_Urgenda

Deze blog is onderdeel van een studentenserie. Het blog is geschreven door een bachelorstudent.

Hoewel al veel is geschreven over de Urgenda-uitspraak – de uitspraak waarin de rechter de staat beval haar beleid inzake het terugdringen van broeikasgassen aan te passen – wordt de discussie vaak gevoerd op een te algemeen niveau. Om een antwoord te kunnen geven op de vraag in welke gevallen een dergelijk bevel wel of niet te rechtvaardigen is, zijn er simpelweg teveel factoren die moeten worden meegewogen. Om deze reden is het mijns inziens zinniger om de Urgenda-uitspraak als een op zichzelf staande zaak tegen het licht te houden, met maar één juist oordeel over de uitspraak als gevolg. Lees verder

Strijd tussen rechtspraak en mediation?

Lieke te Velde

Dit is een blog in de studentenserie. Het blog is geschreven door een vierdejaars bachelorstudent

mediationDe rechtspraak met haar vele rechtsstatelijke waarborgen versus mediation: twee uitersten of liggen ze dichter bij elkaar dan men wellicht denkt? 

Binnen ons rechtssysteem is tegenwoordig sprake van twee waardestelsels. Enerzijds is er het stelsel van klassiek-rechtsstatelijke waarden, waarin de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters centraal staat; anderzijds is er het ‘new public management’-stelsel, waarin het draait om de vormgeving van de organisatie van de rechtspraak. Effectiviteit, efficiëntie en klantgerichtheid zijn hierbij de belangrijkste waarden. De van oudsher op de rechtsstatelijke kernwaarden gestoelde rechtspraak probeert men door herdefiniëring in overeenstemming te brengen met de ‘new public management’-waarden. Ook nu nog staat binnen het proces van de rechtspraak de geschilbeslechting door de rechter voorop. Dit wordt echter gecombineerd met de eisen van efficiëntie, effectiviteit en klantgerichtheid. Zo dienen zaken binnen een bepaalde tijd te worden afgedaan, moet de beslissing begrijpelijk zijn en moeten partijen respectvol worden behandeld. Voornamelijk het tijdselement veroorzaakt frictie tussen de ‘new public management’-waarden en de klassieke waarden van de onafhankelijke en onpartijdige rechter. Wanneer de rechter een zaak binnen een bepaalde tijd of binnen een bepaald budget moet afdoen, kan dit een ongunstige uitkomst voor een bepaalde partij inhouden, doordat bijvoorbeeld onvoldoende ruimte over blijft voor het horen van getuigen.

Zeker gezien de toegenomen druk op rechters om een zaak binnen een bepaalde tijd of met beperkte financiële middelen af te doen, kan mediation uitkomst bieden. Lees verder

De politiek, een slechte verliezer?

Leonie BlogLeonie Huijbers

De machtsverdeling tussen de wetgever – vertegenwoordigd door ‘de politiek’ – en de rechter – vertegenwoordigd door ‘de jurist’ – is een eeuwenoud dilemma. De vraag welke positie beide machten in het staatsrechtelijk geheel innemen is vaste kost voor de (staatsrecht)jurist. De balans tussen deze machten verandert regelmatig in een spanning – een spanning die vooral tastbaar wordt na belangwekkende uitspraken van de rechter, zoals de Urgenda-zaak. Steeds vaker lijken zaken bij de rechter te belanden omdat de politiek geen antwoord heeft op de voorliggende problemen. Als de rechter in een uitspraak dan een knoop doorhakt, zijn de politici er als de kippen bij om te benadrukken dat de rechter op de stoel van de wetgever is gaan zitten en dat het aan het volk is om een beslissing te nemen, niet aan de rechter. De vraag is echter of deze kritiek altijd terecht is. Probeert de politiek inderdaad de staatsrechtelijke institutionele balans te beschermen? Of is deze veeleer een slechte verliezer die een zondebok zoekt voor zijn eigen falen? Lees verder

Deskundigenserie: Het Korošec-arrest en de civiele procedure over loondoorbetaling bij ziekte en de bestuursrechtelijke arbeidsongeschiktheidsprocedure

expertIvo van der Helm

Uit het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 8 oktober 2015 volgt dat de rechter compensatie moet bieden als een partij in een nadeliger positie verkeert ten opzichte van de andere partij. In het arrest zet het Hof uiteen hoe de rechter moet omgaan met zaken waarbij de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige. Het Korošec-arrest is van belang voor de Nederlandse bestuursrechtelijke procedure over een arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat daar gelijkenissen zijn te trekken met de situatie als in het geval van Korošec. De Centrale Raad van Beroep heeft op 30 juni 2017 een principiële uitspraak gedaan hoe de bestuursrechter wat betreft de bewijslevering compensatie kan bieden in het geval een partij een gelijke kans heeft gehad om de bevindingen van het deskundigenrapport te weerspreken. De vraag is in hoeverre deze uitgangspunten ook dienen te gelden voor de civiele procedure over loondoorbetaling bij ziekte waar het door de werknemer ingebracht medisch deskundigenbewijs een beslissend bewijsstuk is in de rechterlijke procedure. Hier wordt betoogd dat in een dergelijke civiele procedure de werkgever een effectieve mogelijkheid heeft om de bevindingen in het door de werknemer ingebrachte deskundigenrapport te betwisten en de rechter geen compenserende maatregelen hoeft te bieden voor bewijslevering door de werkgever.     

Door: Ivo van der Helm en Paulien Willemsen 

Lees verder