Categorie archief: Conflict Oplossing

Protocol 16 EVRM: baat het niet, dan schaadt het ook niet?

Janneke Gerards

Scale-of-justice-question-mark

Op 1 augustus a.s. treedt Protocol 16 bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in werking voor de eerste tien staten die het hebben geratificeerd. Dit zogenaamde Advies- of Dialoogprotocol roept een nieuwe procedure in het leven bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), die wel wat wegheeft van de prejudiciële procedure in het EU-recht. Specifiek aangewezen nationale hoogste rechters krijgen de mogelijkheid om, tijdens een lopende procedure, het EHRM te vragen om advies over principiële vragen over de interpretatie en toepassing van het EVRM. Is dit nu wel of niet een goed idee? Lees verder

Strijd tussen rechtspraak en mediation?

Lieke te Velde

Dit is een blog in de studentenserie. Het blog is geschreven door een vierdejaars bachelorstudent

mediationDe rechtspraak met haar vele rechtsstatelijke waarborgen versus mediation: twee uitersten of liggen ze dichter bij elkaar dan men wellicht denkt? 

Binnen ons rechtssysteem is tegenwoordig sprake van twee waardestelsels. Enerzijds is er het stelsel van klassiek-rechtsstatelijke waarden, waarin de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters centraal staat; anderzijds is er het ‘new public management’-stelsel, waarin het draait om de vormgeving van de organisatie van de rechtspraak. Effectiviteit, efficiëntie en klantgerichtheid zijn hierbij de belangrijkste waarden. De van oudsher op de rechtsstatelijke kernwaarden gestoelde rechtspraak probeert men door herdefiniëring in overeenstemming te brengen met de ‘new public management’-waarden. Ook nu nog staat binnen het proces van de rechtspraak de geschilbeslechting door de rechter voorop. Dit wordt echter gecombineerd met de eisen van efficiëntie, effectiviteit en klantgerichtheid. Zo dienen zaken binnen een bepaalde tijd te worden afgedaan, moet de beslissing begrijpelijk zijn en moeten partijen respectvol worden behandeld. Voornamelijk het tijdselement veroorzaakt frictie tussen de ‘new public management’-waarden en de klassieke waarden van de onafhankelijke en onpartijdige rechter. Wanneer de rechter een zaak binnen een bepaalde tijd of binnen een bepaald budget moet afdoen, kan dit een ongunstige uitkomst voor een bepaalde partij inhouden, doordat bijvoorbeeld onvoldoende ruimte over blijft voor het horen van getuigen.

Zeker gezien de toegenomen druk op rechters om een zaak binnen een bepaalde tijd of met beperkte financiële middelen af te doen, kan mediation uitkomst bieden. Lees verder

The Proof is in the Pudding: de waarde van traditionele justitiële mechanisms voor postconflict Afrika

justice-300x203Ingrid Roestenburg-Morgan

De dynamiek van hedendaagse conflicten onthullen de problemen die inherent zijn aan landen die de overgang maken van conflict naar vrede. Dit is de dynamiek waaruit transitional justice is ontstaan. Transitional justice is een onderzoeksgebied waar rechtvaardigheid niet alleen wordt beperkt tot strafrecht of vergelding, maar ook verwijst naar een holistisch scala van processen, die verantwoording, het achterhalen van de waarheid en verzoening omvatten. Kofi Anan, voormalig Secretaris-Generaal van de VN definieert transitional justice als een “volledige set van processen en mechanismen geassocieerd met de pogingen van de samenleving om in het reine te komen met een nalatenschap van misbruik op grote schaal, om zo verantwoording te verzekeren, om gerechtigheid te dienen en verzoening te realiseren.” Binnen de processen in dit kader, met name in relatie tot Afrika, is er een opleving van het traditionele gebruik van lokale rechtsmechanismen zichtbaar.

In deze blog zal ik een poging doen om kort de politieke omstandigheden weer te geven waarmee sommige staten geconfronteerd worden en die het gebruik van traditionale rechstmechanismen katalyseren en deze zo populair maken binnen het Afrikaanse transitional justice landschap. Ik zal betogen dat in sommige gevallen traditionele mechanismen grootschalige mensenrechtenschendingen adequaat kunnen aanpakken en vrede en verzoening tot stand kunnen brengen in postconflictsituaties. Ik suggereer daarbij dat de waarde van traditionele rechtvaardigheid binnen politiek geladen contexten kan dienen als een katalysator voor het bevorderen van eenheid. Zij maken gebruik van culturele en religieuze links van onderlinge verbondenheid die van waarde zijn in Afrikaanse samenlevingen, zoals de ubuntu was ingebed in het TRC proces en zoals de traditionele aftakkingen van Gacaca zich voegden naar een modern versie van Gacaca. Dit creëert dan mogelijkerwijs een meer ‘cultureel herkenbaar en sociaal zekere’ ruimte voor mensen om in te participeren. Lees verder

Deskundigenserie: Het Korošec-arrest en de civiele procedure over loondoorbetaling bij ziekte en de bestuursrechtelijke arbeidsongeschiktheidsprocedure

expertIvo van der Helm

Uit het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 8 oktober 2015 volgt dat de rechter compensatie moet bieden als een partij in een nadeliger positie verkeert ten opzichte van de andere partij. In het arrest zet het Hof uiteen hoe de rechter moet omgaan met zaken waarbij de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige. Het Korošec-arrest is van belang voor de Nederlandse bestuursrechtelijke procedure over een arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat daar gelijkenissen zijn te trekken met de situatie als in het geval van Korošec. De Centrale Raad van Beroep heeft op 30 juni 2017 een principiële uitspraak gedaan hoe de bestuursrechter wat betreft de bewijslevering compensatie kan bieden in het geval een partij een gelijke kans heeft gehad om de bevindingen van het deskundigenrapport te weerspreken. De vraag is in hoeverre deze uitgangspunten ook dienen te gelden voor de civiele procedure over loondoorbetaling bij ziekte waar het door de werknemer ingebracht medisch deskundigenbewijs een beslissend bewijsstuk is in de rechterlijke procedure. Hier wordt betoogd dat in een dergelijke civiele procedure de werkgever een effectieve mogelijkheid heeft om de bevindingen in het door de werknemer ingebrachte deskundigenrapport te betwisten en de rechter geen compenserende maatregelen hoeft te bieden voor bewijslevering door de werkgever.     

Door: Ivo van der Helm en Paulien Willemsen 

Lees verder

Deskundigenserie: Korošec en de deskundige in het burgerlijk (proces)recht

expertTon Jongbloed

Het kwam al diverse malen ter sprake in eerdere blogs: de Korošec-uitspraak heeft de aandacht gevestigd op de positie van de deskundige in het recht. Maar wat betekent Korošec voor het Nederlandse burgerlijk (proces)recht? Moet gezegd worden dat de uitspraak niet zo bijzonder is (pas na een jaar, in de tweede helft van 2016, was er enige aandacht voor de uitspraak in met name het bestuursprocesrecht) en kunnen we aan die uitspraak voorbijgaan? Lees verder

Deskundigenserie: Het arrest Korošec en de metajuridische factoren bij de benoeming van medisch deskundigen

expertJim Waasdorp

In de literatuur heeft het arrest Korošec veel aandacht gekregen (zie bijvoorbeeld de artikelen van B.J. van Ettekoven en G. De Groot). Hierin staat voornamelijk een juridische benadering centraal van de belangenafweging die de bestuursrechter moet maken met betrekking tot het al dan niet benoemen van een medisch deskundige. Er zijn echter goede argumenten om te stellen dat de bestuursrechter ook metajuridische factoren in die belangenafweging moet betrekken. Hierbij kan gedacht worden aan zijn professionele intuïtie of de uit de psychologie afkomstige vuistregels en de daarmee verbonden denkfouten. Een pragmatische benadering van bestuursrechtspraak geeft steun voor het gebruik van metajuridische factoren. In een dergelijke benadering is er namelijk tevens oog voor de invloed van niet-juridische invloeden op het systeem van het recht, de persoon van de rechter en zijn denkproces. 

Lees verder

Problem-Solving Justice – Bringing Justice close to People: De vrederechter in Nederland

lawyer-151335_960_720Emanuel van Dongen

Onlangs heeft de Tweede Kamer  het kabinet opgeroepen te onderzoeken of het haalbaar is om de ‘vrederechters’ in te passen in de reguliere rechtspraak. Vrederechters zijn kantonrechters die de wijk ingaan en tegen lage kosten juridische conflicten van de bewoners behandelen. De vrederechter is bedoeld voor eenvoudige zaken op het gebied van civiel-, bestuurs- en strafrecht. Door rechtspraak dichtbij de bevolking te brengen en de griffiekosten laag te houden, wordt toegang tot de rechter voor iedereen gegarandeerd. Laagdrempelige toegang tot de rechter is een belangrijk doel van het vernieuwingsprogramma Maatschappelijke effectieve rechtspraak van de Raad voor de Rechtspraak. Het voorgestelde initiatief van de Tweede Kamer past bij recente experimenten die de rechtspraak al met verschillende vormen van laagdrempelige rechtspraak heeft gedaan, namelijk de Spreekuurrechter (Utrecht) en de Burenrechter (Oost-Brabant). Daarnaast past het ook bij een lange historische traditie van de vrederechter – de vrederechter kent immers een historische voorganger uit de Franse tijd. Deze blog zal ingaan op deze rechtsfiguur uit een ver verleden en op basis daarvan enige aandachtspunten formuleren voor een zinvolle rol en taakomschrijving van een actieve, Nederlandse vrederechter. Lees verder

Class action Dutch style. Het kind en het badwater

Class actionEddy Bauw

In een Ucall blog van september vorig jaar is melding gemaakt van het wetsvoorstel tot invoering van een collectieve schadevergoedingsactie dat toen nog voor advies bij de Raad van State lag. Inmiddels is dit wetsvoorstel op 16 november 2016 aan de Tweede Kamer gezonden. In deze blog wordt ingegaan op de voorwaarden die in het wetsvoorstel aan het gebruik van zowel de (nieuwe) collectieve schadevergoedingsactie als de (oude) collectieve actie in ruime zin worden gesteld. De vraag moet worden gesteld of die voorwaarden niet onnodig ten koste gaan van de handhaving van consumentenrechten en de effectiviteit van de civiele collectieve actie zoals die al jaren met veel succes in praktijk wordt gebracht. Dreigt het kind met het badwater te worden weggegooid? Lees verder

De Urgenda-uitspraak: wetgever en regering onder verscherpt rechterlijk toezicht

Rolf Ortlep

Het is bijna als uilen naar Athene dragen om iets te zeggen over de Urgenda-uitspraak (Rechtbank Den Haag 24 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:7145). In de literatuur zijn immers over die uitspraak al vele pennenvruchten verschenen. Is er dan zo veel bijzonders aan de hand? Dat kan niet met recht worden ontkend.

De Stichting Urgenda is de organisatie voor duurzaamheid en innovatie die Nederland, samen met bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en particulieren, sneller duurzaam wil maken. Deze stichting heeft een civielrechtelijke zaak tegen de Staat aangespannen, omdat de overheid volgens haar de urgentie van het klimaatprobleem weliswaar erkent, maar te weinig maatregelen neemt om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. In de Urgenda-uitspraak wordt de Staat, op basis van de in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, op straffe van een dwangsom bevolen om de jaarlijkse emissies van broeikasgassen in het jaar 2020 met ten minste 25 procent te beperken vergeleken met het niveau van het jaar 1990. De voor die zaak relevante internationale bepalingen zijn in rechte niet inroepbaar bij de nationale rechter, in de zin dat zij ongeschikt zijn om rechtstreeks als objectief recht in de nationale rechtsorde te functioneren en zij zijn daarom niet een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. Evenwel past de rechtbank de zogeheten reflexwerking toe. Met het laatste wordt bedoeld dat de rechter bij de toepassing van nationaalrechtelijke open normen, zoals de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, rekening houdt met internationale bepalingen die niet een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet zijn.


Lees verder

De BREXIT en de internationale ambities van de Nederlandse rechtspraak

brexit-1462470589paaEddy Bauw

De Raad voor de rechtspraak bracht begin dit jaar een plan tot oprichting van een Netherlands Commercial Court (NCC) naar buiten. Daarbij werd vermeld dat dit NCC op 1 januari 2017 van start zal gaan. Inmiddels lijkt een ingangsdatum van 1 juli 2017 realistischer. De aanstaande Brexit maakt deze op zichzelf al prikkelende plannen nog interessanter. Krijgen de ideeën voor deze speciale voorziening voor internationale handelszaken in Amsterdam hierdoor de wind in de zeilen? In dit blog ga ik in op de aanleiding voor dit initiatief, op het vernieuwende ervan en de kansen op succes tegen de achtergrond van de Brexit. Lees verder