Rechtspraak die verbindt

diplomaNederland heeft professionele rechtspraak. Leken spelen nergens een rol in de rechtspleging, of het zou gaan om partijen, die zonder advocaat procederen. En Nederland is een land waar  diploma’s op de arbeidsmarkt belangrijk gevonden worden. Zonder diploma geen baan waar voor je getrainde vaardigheden voor moet hebben.

Steeds meer Nederlanders zijn hoog opgeleid, op HBO en WO niveau. Anderen halen diploma’s om een stapje verder te komen op de carrièreladder, maar er zijn er ook heel veel die zonder diploma’s en daarom met veel minder kansen op de arbeidsmarkt door het leven gaan.

Rechters zijn speciaal geselecteerde, deskundige juristen, met getrainde vaardigheden om zittingen te leiden en uitspraken te schrijven, waarbij ze het Nederlandse recht toepassen op de aan hen voorgelegde zaak. Geheel in lijn met de Franse, revolutionaire traditie zijn zij daarbij onderworpen aan de wetgeving, zoals die door de parlementaire meerderheid is vastgesteld. In dat opzicht zijn zij de stem van het in de wet vertegenwoordigde volk. Dat is de positie van rechters in onze representatieve, parlementaire democratie. Maar, zonder diploma word je geen rechter.

Mensen zonder diploma zijn nauwelijks herkenbaar vertegenwoordigd in het parlement, en dus ook niet in de regelgeving en in de rechtspraak. Dat geldt ook voor Nederlanders met een migratieachtergrond.  De instelling van lekenrechtspraak maakt mogelijk dat zij die effectief minder vertegenwoordigd worden in het parlement, wel deel kunnen nemen aan rechtspraak.  Uit democratisch  oogpunt is lekenrechtspraak een aanvulling op rechtspraak door onze deskundige, professionele rechters. Dan kan rechtspraak als onderdeel van onze democratische rechtsstaat een rechtspraak zijn, die verbindt.

De selectie- en onderwijsprocessen die tot diploma’s leiden, zijn ook processen die leiden tot sociale uitsluiting. Dubbeltjes worden maar zelden kwartjes. De tweedeling in de samenleving tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden, werd zes jaar geleden door Mark Bovens en Anchrit Wille geconstateerd in hun boek Diplomademocratie, Over de spanning tussen meritocratie en democratie. In onze volksvertegenwoordigingen zitten vooral hoogopgeleiden. Er zit een kloof tussen de waarden die de vertegenwoordigers van de meeste politiek partijen uitdragen en de mensen zonder diploma, met name als het gaat om ideeën over de toekomst van Europa, de omgang met? asielzoekers en de invloed van mondialisering. In zoverre worden mensen zonder veel opleiding niet zo goed vertegenwoordigd in ons parlement, aldus Bovens en Anchrit. Dat raakt aan de legitimiteit van de wetgeving en ook aan de legitimiteit van rechtspraak door die speciaal geselecteerde, deskundige juristen die rechter zijn.

Dat geldt overigens niet alleen voor mensen zonder of met weinig diploma’s, maar ook voor mensen met een migratieachtergrond. Leendert Verheij, voorzitter van de ‘selectiecommissie aantrekken leden rechterlijke macht’, heeft in juni 2016 gezegd dat etnische diversiteit – vertegenwoordiging van minderheden- in de rechtspraak nog achter blijft bij de etnische diversiteit in de samenleving, maar dat het de goede kant uitgaat, met 7% rechters in opleiding met een migratieachtergrond. De wenselijkheid van diversiteit in de rechtspraak is, omdat 12% van de Nederlanders een migratieachtergrond hebben, al eerder uitgesproken. Toch komt het er maar niet van om meer mensen met een immigratieachtergrond  toe te laten tot de rechterlijke macht.  En in de rechterlijke organisatie weet men nog niet zo goed wat getalenteerde juristen met een immigratieachtergrond van de rechtspraak uitsluit. Aan rechters in spé worden zeer hoge eisen gesteld en immigrantenkinderen komen daar kennelijk maar niet tussen; aan kwaliteitseisen voor rechters in spé wil de selectiecommissie in elk geval niets afdoen.

De scheiding tussen hoog- en laagopgeleid, en tussen mensen met en zonder immigratieachtergrond is de uitkomst van jarenlange ontwikkelingen en het zijn ook onbedoelde uitkomsten van overheidsbeleid. Het is kennelijk heel moeilijk om die tendenzen te keren, en als dat al lukt zal het ook langzaam gaan. Het is echter niet nodig om daar op te wachten. Het is heel goed mogelijk om de betrokkenheid van burgers bij rechtspraak en de legitimiteit van rechtspraak op een andere manier te vergroten. Het is een verandering die veel mensen in de rechtspraak wellicht niet erg op prijs zullen stellen. En eentje die in de ogen van velen ook helemaal niet nodig is omdat het vertrouwen van het publiek in rechtspraak in Nederland aanzienlijk is – zo’n 65%, volgens het Sociaal Cultureel Planbureau. De vraag is echter of dat ook zo blijft als we alles laten zoals het is.

Nederland heeft vanoudsher een paternalistische politieke cultuur, waar burgerparticipatie in besluitvorming anders dan via een volksvertegenwoordiging, nogal zeldzaam is. Het idee dat professionele rechters goed genoeg rechtspreken, is dan ook een belangrijk argument om alles bij het oude te laten, zoals Marc Groenhuijsen tien jaar geleden heeft beargumenteerd. Lekenrechtspraak helpt volgens hem niet om de legitimiteit van rechtspraak te vergroten. Theo de Roos beargumenteert juist dat er met lekenrechtspraak allerlei mogelijkheden zijn om leken bij rechtspraak te betrekken, maar hij constateert ook dat men het niet wil. Marijke Malsch heeft ook vergelijkend onderzoek gedaan naar leken rechtspraak en komt tot dezelfde conclusie. Wat er door lekenrechtspraak verandert is dat er interacties plaatsvinden tussen professionele rechters en lekenrechters, waarbij rechters rekening moeten houden met het juridische kennisniveau van de leken.

In de ons omringende landen is deelname van leken aan rechtspraak, hetzij als jurylid, hetzij als lekenrechter of als lid van een geschillencommissie, heel normaal. Dat kan op vrijwillige basis, of als verplichting. Noorwegen kent jury rechtspraak in de strafrechtspleging, en geschilbeslechtingscommissies in civiele zaken. Duitsland kent juryrechtspraak en lekenrechtspraak in handelszaken, in verschillende bestuurszaken en in strafzaken. Het is een burgerplicht om mee te doen, indien men (door de gemeenteraad) geselecteerd wordt. Een voordeel van deelname van leken aan rechtspraak is, dat rechters ook voor de deelnemende leken moeten uitleggen waar het juridisch om gaat. Daarmee wordt rechtspraak begrijpelijker voor burgers. Engeland kent de Magistrate’s courts, waar een voor een bepaalde termijn benoemde lekenrechter in kleine zaken rechtspreekt met ondersteuning van een ervaren Law Clerck. In het algemeen is men daarover tevreden.

Lekenrechtspraak kost tijd en geld, het verandert het beroep van rechter en het verandert de positie van burgers in onze democratie, maar de inhoud van rechtspraak verandert er nauwelijks door. Het gaat er overigens niet om de efficiency van rechtspraak te vergroten; lekenrechtspraak kost de overheid geld en burgers tijd. Maar deelname van leken aan rechtspraak is een invulling van burgerschap. Lekenrechtspraak maakt mogelijk dat ook mensen zonder HBO of WO opleiding kunnen deelnemen aan rechtspraak en het maakt ook mogelijk dat burgers met een migratie achtergrond deelnemen aan rechtspraak. Geschillencommissies, jury’s en lekenrechters behoren ook tot de mogelijkheden, ook al lijken lekenrechters naast professionele rechters het meest aantrekkelijk.

Burgerschap vraagt om inspanningen, die van burgers in een democratie gevraagd mogen worden. In Nederland wordt, behalve stemmen bij verkiezingen, belasting betalen en je aan de wet houden, niet zoveel gevraagd van burgers. Deelname van leken aan rechtspraak kan daarom ook een aanvulling zijn op burgerschap in onze democratische rechtsstaat, en het draagt bij aan een rechtsstaat die verbindt. Het is tijd om werk te maken van een beetje meer democratie die toegankelijk is voor Nederlanders  met en zonder diploma’s, en voor Nederlanders met en zonder migratieachtergrond.