Montaigne congresmiddag over registratie onderhandse pand- en cessieakten: toe aan vernieuwing?!

                                                                                         Paulien van Dijk & Anna Berlee

belastingdienstHet registreren van onderhandse akten bij de Belastingdienst is een ouderwets proces. De papieren akte wordt voorzien van een bewijs van registratie, waarna het papier weer wordt teruggezonden naar de registrerende partij. Dit jaar moet de evaluatie van de Registratiewet 1970 plaatsvinden. Hoewel deze evaluatie in het kader van het convenant tussen de belastingdienst en de KNB plaatsvindt, biedt deze evaluatie een mooie gelegenheid om de huidige vorm van registratie onder de loep te nemen. Daarom is op donderdag 11 april jl. het congres ‘Registratie onderhandse pand- en cessieakten: toe aan vernieuwing?/!’ georganiseerd door Montaigne Centrum onderzoekers Jan Biemans en Anna Berlee. Tijdens dit congres deelden wetenschappers en mensen uit de praktijk hun visie over de huidige manier van registreren en de mogelijke vernieuwing daarvan. Het werd snel duidelijk dat het trage papieren registratieproces niet meer binnen deze tijd past en we op zoek moeten gaan naar een passend elektronisch systeem dat voldoende waarborgen biedt. Een voorbeeld van een online register bestaat al in België. Biedt dit ook een oplossing voor het ouderwetse systeem in Nederland? Of biedt blockchaintechnologie dé uitkomst?

Misschien heeft u wel eens een factuur ontvangen na een tandartsenbezoek van een bedrijf als FaMed of Infomedics. Het incassobureau kan de vordering op u innen, omdat de tandarts deze heeft overgedragen aan het incassobureau. Zo hoeft de tandarts niet zelf achter iedere onbetaalde factuur aan. Een veel gebruikte manier om een dergelijke vordering over te dragen is door middel van het opmaken van een onderhandse akte van cessie die vervolgens wordt geregistreerd. Ook bij het vestigen van een pandrecht op een vordering, bijvoorbeeld om zekerheid te verschaffen in ruil voor krediet bij een bank, wordt door partijen veel gebruik gemaakt van de mogelijkheid om deze zelf op te maken (in plaats van een notaris te laten doen) en vervolgens te registreren.

Momenteel worden dit soort onderhandse pand- en cessieakten geregistreerd bij de Belastingdienst in Rotterdam. De akten moeten in papieren versie op het kantoor worden geleverd; in persoon, per post of koerier. Dit kan tegenwoordig alleen nog maar in Rotterdam. Aldaar wordt door de inspecteur enkel de metadata van de akte geregistreerd, niet de inhoud van de akte. Deze wordt na registratie teruggezonden naar de aanbieder, voorzien van een sticker met handtekening. Hoewel voor notariële akten sinds 2013 digitale registratie mogelijk is, geldt dit niet voor onderhandse akten. Het blijft daarmee een geheel papieren proces en mensenwerk.

Beekhoven van den Boezem ging in zijn bijdrage aan het congres van 11 april jl. in op het belang van de registratie. Deze onderhandse akten worden alom gebruikt. Het werk van de Belastingdienst om te zorgen voor een vaste dagtekening door middel van registratie is dan ook een belangrijke taak. Als we deze taak bij de Belastingdienst zouden weghalen of een dergelijk register afschaffen dan zou dat met zich meebrengen dat de verificatie van akten bij de rechter komt te liggen. Hij meent daarom dat het noodzakelijk is dat registratie geschiedt door een bevoegde ambtenaar, die zorgt voor het dwingende bewijsrecht. Verstijlen ging in zijn bijdrage in op de vraag of niet alleen de (verzamelpand)akte, maar ook de volmacht van pandgever aan pandhouder om ‘aan zichzelf’ te verpanden, verplicht zou moeten worden geregistreerd. Struycken sloot zich aan bij Beekhoven van den Boezem daar waar het ging om het belang van de registratie, maar wilde ook een lans breken voor andere wijze van verkrijgen van een vaste dagtekening. Zo stelt hij bijvoorbeeld voor dat principle based oplossingen door het gebruik van fintech bijvoorbeeld zouden bijdragen aan de rechtsontwikkeling in dit kader. Daarbij kan men denken aan het toestaan van een akte van notarieel depot voor de dagtekening – iets dat door de Hoge Raad in het Bannenberg/Polak arrest is afgewezen – of een datumstempel die is verkregen door een akte te registreren op een blockchain. Ook kan gedacht worden aan een online register. In België kan men zelf via een website een pandrecht registreren, zo lichtte Sagaert (KU Leuven) toe. Niet alleen de metadata wordt vastgelegd, de registrerende partij legt ook de aanduiding van het bezwaarde goed en de onderliggende waarde vast. De gegevens in het register kunnen gemakkelijk opgevraagd worden.

Montaigne-onderzoeker Berlee suggereerde al eens dat blockchaintechnologie of het gebruik van een hashwaardes een mogelijke uitkomst kan bieden voor betrouwbare registratie van (onderhandse) akten. Kort gezegd werkt blockchaintechniek met een peer-to-peer distributie van gegevens. Informatie wordt niet op één server opgeslagen, maar gedistribueerd door een heel netwerk van aangesloten servers. Alle transacties die worden gedaan op de blockchain worden vastgelegd in een distributed ledger. Dit is een grootboek dat transparantie over de blocks binnen de blockchain weergeeft, omdat alle aangesloten computers de informatie hierop kunnen controleren. Door het gebruik van een blockchaintechnologie wordt de datum en tijd van het vastleggen nauwkeurig vastgelegd. Eenmaal in een block op de blockchain vastgelegd, is de inhoud en datering niet meer te veranderen. Antedatering wordt hiermee onmogelijk. Deze onveranderlijkheid van dat wat op de blockchain geregistreerd is een belangrijke eigenschap van blockchain technologie die in de praktijk veelal toch niet zo handig blijkt als aanvankelijk gedacht, zo lichtte Naves (Pels Rijcken) toe. Hij vertelde dat hij in de praktijk vaak ziet dat partijen toch achteraf iets willen kunnen aanpassen of wijzigen. Naves maakte daarbij direct de kanttekening dat dit niet een probleem lijkt bij registratie van onderhandse akten op een blockchain, immers daar gaat het om verkrijgen van een vaste (niet later aan te passen) dagtekening.

Nog een technisch stukje. Blockchaintechnologie maakt gebruik van een hashfunctie. Door het gebruik van een hashfunctie kan een bepaalde tekst of een document worden gereduceerd tot een reeks cijfers en getallen. Bijvoorbeeld:

  Tekst :Hallo Montaigne blog lezerSHA -256 hashwaarde:11a3f03dfaf50410be96689a4747295573b0b93304dfda081ba2661d1d6fb4e4  

In het geval van een blockchain wordt de hashwaardegegenereerd over een combinatie van verschillende data: bijvoorbeeld de hash van het vorige block + de inhoud van het huidige block + het blocknummer + een nonce. Zie voor een uitgebreidere uitleg van de verschillende elementen deze demo gemaakt voor de congresmiddag.

Een voorbeeld van het gebruik van blockchaintechnologie voor pandaktenregistratie werd gegeven door Ale Couperus van zekerheidsrechten.nl en door Lex Dekkers (ABN AMRO Innovation Lab) die dAkte heeft ontwikkeld. Beide producten maken gebruik van blockchaintechnologie om een registratie te bewerkstelligen. Op dAkte wordt een hash van een akte gemaakt en geregistreerd op de Ethereum blockchain. De verificatie van een akte kan ook via het platform. Zekerheidsrechten.nl biedt de mogelijkheid om een pandakte in het geheel elektronisch op te maken, te voorzien van een elektronische handtekening en vervolgens te registreren.

Een ander voorbeeld van elektronische registratie van akten, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van blockchaintechnologie werd gedemonstreerd door de ontwikkelaars van iStrongBox. Zij bieden een dienst aan waarbij alle soorten akten kunnen worden geregistreerd en worden voorzien van een door hen afgegeven vaste dagtekening. Er wordt ook een kopie van de akte gemaakt, een hashwaarde berekend, een waatermerk toegevoegd en allemaal geëncrypt opgeslagen, waardoor tevens de inhoud van de akte is geregistreerd. iStrongBox biedt daarmee en andersoortige dienst aan dan zekerheidsrechten.nl en dAkte, aangezien bij deze dienst de inhoud en niet enkel de metadata wordt geregistreerd. Daarnaast maken zij geen gebruik van blockchaintechnologie maar van meerdere servers in Nederland waar zij de akten opslaan.

Een terugkerend thema was de duurzaamheid van elektronische registratie en blockchaintechnologie alsmede de registratie bij een andere partij dan de Belastingdienst. Een deel van deze zorgen zijn gemakkelijk te pareren door beter uit te leggen hoe de technologie werkt en te benadrukken dat een besloten peer-to-peernetwerk het mogelijk maakt om te reguleren wat er geregistreerd wordt, anderen vergen een discussie over of we mee willen gaan in wat Struycken opperde, namelijk principle based oplossingen, bijvoorbeeld door het inzetten van fintech, of dat we de registratie op de huidige manier voortzetten door registratie bij en door de Belastingdienst. Vertrouwen we een andere partij met dit soort gegevens? Of een decentraal netwerk?

Zelfs als we de registratie zouden laten bij de Belastingdienst, kan gebruik worden gemaakt van digitale toepassingen voor registratie. Daarbij kan gedacht worden aan de mogelijkheid tot het digitaal aanbieden van een akte bij de Belastingdienst, in plaats van de vereiste papieren aanlevering van nu. Daarvoor kan ook het gebruik van digitale handtekeningen worden onderzocht ter vervanging van de stickers en parafen van de inspecteur van de Belastingdienst. Ook zou het gebruik van blockchain technologie met een sleutelrol voor de Belastingdienst kunnen worden overwogen of het gebruik van hashfuncties en het bewaren van hashwaarden als zelfstandige toepassing – dus zonder blockchaintechnologie – kunnen worden bekeken. Zo wordt, anders dan bij de huidige manier waarop metadata wordt vastgelegd, in de vorm van een hashwaarde tevens de inhoud van het document vastgelegd. Controleren of de desbetreffende akte is geregistreerd is dan net zo simpel als het document nog eens door de hashfunctie te halen en te zoeken of de hashwaarde overeenkomt met die in het register. Als de documenten gelijk zijn, is de hashwaarde ook hetzelfde. Controleert u maar eens of u dezelfde hashwaarde krijgt bij de tekst zoals hierboven gegeven, bij een website als deze, deze of deze. Registratie van hashwaardes zou betekenen dat de Belastingdienst alleen de hashwaarde hoeft op te slaan. De registratie is dan geen mensenwerk meer en is daardoor aanzienlijk minder kostbaar en veel sneller. Het gaat dan om een proces van seconden in plaats van weken.

De boodschap is duidelijk: er zijn voldoende manieren om de registratie van onderhandse akten uit het papieren tijdperk te halen en te moderniseren. Gelet op de discussie in de zaal lijkt het dat de tijd daarvoor rijp is. Over de vraag of papieren registratie de enige mogelijk moet blijven werd gemakkelijk heen gestapt. Direct werd overgegaan op het onderzoeken van de besproken alternatieven. De vraag lijkt dus niet langer ofonderhandse akten elektronisch zouden moeten worden geregistreerd, maar eerder hoe.